ECLI:NL:PHR:2013:BZ7171
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens roekeloosheid met dodelijk verkeersongeluk en afwijzing bewijsverzoeken
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf en een rijontzegging van 4 jaar wegens overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 met schuld in roekeloosheid en een dodelijk ongeval.
In cassatie werden twee middelen aangevoerd: het eerste klaagde over de afwijzing van het verzoek om twee getuigen te horen, het tweede over de afwijzing van een verzoek tot contra-expertise op de verkeersongevalsanalyse (VOA).
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het getuigenverzoek afwees omdat de getuigen niet konden verklaren over de directe aanleiding van de aanrijding. Ook het verzoek tot contra-expertise werd afgewezen omdat het hof de noodzaak daarvan juist beoordeelde, mede gelet op de toelichting van de deskundige en het ontbreken van nieuwe relevante omstandigheden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het hofarrest. De motieven van het hof waren niet onbegrijpelijk en er was geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot 34 maanden gevangenisstraf en 4 jaar rijontzegging.