ECLI:NL:PHR:2013:BZ7397
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat wegens onrechtmatige vernietiging hennepplanten zonder redelijk vermoeden van schuld
In deze zaak gaat het om de vraag of de Staat aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door de vernietiging van hennepplanten, terwijl geen redelijk vermoeden van schuld bestond jegens de exploitant van het perceel. De exploitant, hier aangeduid als verweerder, had in 1996 een hennepveld dat werd doorzocht en waarvan de planten werden vernietigd op grond van een gerechtelijk vooronderzoek tegen de eigenaar van het perceel. Hoewel verweerder strafrechtelijk werd vervolgd, werd hij uiteindelijk vrijgesproken en ontslagen van rechtsvervolging.
De rechtbank wees de vordering van verweerder af, maar het hof verklaarde de Staat onrechtmatig jegens verweerder en veroordeelde tot schadevergoeding. Het hof oordeelde dat de vernietiging van de hennepplanten niet tot het normale ondernemersrisico van verweerder behoorde, mede omdat de hennep bestemd was voor zaadwinning en verweerder op het moment van de vernietiging nog niet als verdachte werd aangemerkt. De Staat stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat bij het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld ten tijde van het strafvorderlijk optreden, de schade die buiten het normale maatschappelijke risico valt, onrechtmatig is en tot vergoeding leidt. Het beroep van de Staat wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat het gelijkheidsbeginsel (égalitébeginsel) inhoudt dat onevenredige schade door rechtmatige overheidshandelingen niet ten laste van een beperkte groep burgers mag komen, maar over de gemeenschap moet worden verdeeld.
De Hoge Raad gaat niet in op de vraag of andere redenen er waren om de schade tot het ondernemersrisico te rekenen, omdat dat aan de feitenrechter is voorbehouden. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door het beroep op het égalitébeginsel toe te passen. De uitspraak bevestigt de bescherming van burgers tegen disproportionele schade door overheidshandelingen zonder voldoende grondslag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt tot schadevergoeding wegens vernietiging van hennepplanten zonder redelijk vermoeden van schuld.