ECLI:NL:PHR:2013:BZ9286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens gebrek aan ontuchtige handelingen bij heimelijk filmen
Verdachte werd door het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid, specifiek het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen door heimelijk filmen van een persoon in een kleedhokje. Het hof oordeelde dat het maken van video-opnamen van een deels naakte persoon in een kleedhokje een ontuchtige handeling vormde.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat het hof een te ruime en onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip ontuchtige handelingen zoals bedoeld in artikel 246 Sr Pro. Hij verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat het heimelijk vervaardigen van afbeeldingen met een technisch hulpmiddel op zichzelf geen ontuchtige handeling is, ook niet als de persoon naakt is.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had vastgesteld dat er sprake was van een voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie tussen verdachte en aangeefster. Het protesteren van aangeefster tegen het filmen en het beëindigen daarvan maakte het niet tot een ontuchtige handeling. Daarom werd het arrest van het hof vernietigd en werd de veroordeling wegens ontuchtige handelingen verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwerpt de veroordeling wegens het ontbreken van ontuchtige handelingen.