ECLI:NL:PHR:2013:CA0727
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over opstalrecht en verleggingskosten van ondergrondse leidingen na privatisering energiebedrijf Rotterdam
In deze zaak staat centraal of de gemeente Rotterdam gehouden is mee te werken aan het vestigen van een opstalrecht ten behoeve van Eneco voor kabels, leidingen en buizen in gemeentelijke grond, en of de kosten van verlegging van deze leidingen door de veroorzaker moeten worden gedragen.
De feiten betreffen de privatisering van het gemeentelijk energiebedrijf in 1992 waarbij activa, waaronder kabels en leidingen, werden overgedragen aan N.V. GEB Rotterdam, later onderdeel van Eneco. Partijen sloten een Algemeen Convenant met bijlagen, waaronder een conceptovereenkomst waarin rechten en verplichtingen over kabels en leidingen waren geregeld. In 2006 stelde de gemeente een Leidingenverordening vast, en in 2007 gaf het college een aanwijzing tot verlegging van stadsverwarmingsleidingen op kosten van Eneco.
Eneco vorderde onder meer een verklaring voor recht dat zij een opstalrecht heeft of dat de gemeente moet meewerken aan vestiging daarvan, en dat verleggingskosten integraal door de veroorzaker gedragen moeten worden. De rechtbank wees de vorderingen af, het hof verklaarde de gemeente gehouden tot medewerking aan vestiging van een opstalrecht voor de leidingen die op 11 november 1992 in de grond lagen en oordeelde dat de verleggingskosten door de veroorzaker moeten worden gedragen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling, met name omdat het hof onvoldoende heeft onderzocht of partijen zich contractueel hebben verbonden tot het vestigen van een opstalrecht en of er een voorbehoud is gemaakt ten aanzien van de verleggingskosten. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige uitleg van de contractuele afspraken volgens de Haviltex-maatstaf en wijst op het belang van privaatrechtelijke bevoegdheden naast het eigendomsrecht van Eneco krachtens art. 5:20 lid 2 BW Pro. Ook wordt gewezen op het onderscheid tussen publiekrechtelijke vergunningen en privaatrechtelijke rechten en verplichtingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het opstalrecht en de verleggingskosten.