ECLI:NL:PHR:2013:CA1234
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling poging moord met voorbedachte raad ondanks hevige gemoedsbeweging
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord op zijn echtgenote, gepleegd op 10 maart 2011 in Eindhoven. Het hof achtte bewezen dat de verdachte met voorbedachte raad handelde, omdat hij zijn echtgenote op verschillende momenten en plaatsen in de woning met een mes stak, ook nadat hij was betrapt en pogingen werden gedaan om hem te stoppen.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de verdachte handelde in een plotselinge hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door geweld van de schoonfamilie, waardoor geen sprake zou zijn van voorbedachte raad. Het hof verwierp dit verweer op basis van getuigenverklaringen en de feitelijke omstandigheden, waaronder de tijd die tussen de verschillende steken zat en de herhaalde aanvallen ondanks pogingen tot onderbreking.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van voorbedachte raad. De Raad benadrukte dat voorbedachte raad vereist dat de verdachte gelegenheid heeft gehad om na te denken over zijn daad en de gevolgen daarvan. Het hof had dit voldoende gemotiveerd door het concrete feitencomplex en de gedragingen van de verdachte. Ook het verweer van de verdediging dat sprake was van een onmiddellijke gemoedsopwelling werd verworpen.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn na het cassatieberoep werd verwacht. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van de verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord met voorbedachte raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord met voorbedachte raad.