ECLI:NL:PHR:2013:CA3924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omkering bewijslast bij belastingaanslagen op basis van microfiche gegevens uit 1994
Belanghebbende kreeg voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen IB/PVV opgelegd met correcties en boetes vanwege zijn naam op een microfiche van rekeninghouders bij de Kredietbank Luxemburg uit 1994. Over de jaren 1990-2000 was reeds geprocedeerd en de aanslagen onherroepelijk vastgesteld. Het geschil betrof of de bewijslast in 2002 en 2003 nog steeds omgekeerd en verzwaard mag worden op basis van het oude microfiche.
De Rechtbank had de aanslagen verminderd en boetes gematigd, het Hof vernietigde de boetebeschikkingen maar bevestigde de belastingaanslagen. Belanghebbende stelde cassatieberoep in met vijf middelen, vooral gericht tegen het gebruik van de microfiches als bewijs en de omkering van de bewijslast.
De A-G concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. Hij benadrukte dat de bewijsketen berust op het microfiche en ervaringsregels, maar dat de feitenrechter moet beoordelen wanneer het bewijs te zwak wordt. Belanghebbende had onvoldoende tegenbewijs geleverd, zoals het verzoeken van de bank om bevestiging dat hij geen cliënt was. De Hoge Raad bevestigt dat de omkering van de bewijslast toepasbaar is, mits de rechter de bewijssterkte beoordeelt en rekening houdt met de rechten van de verdediging.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de omkering van de bewijslast voor de jaren 2002 en 2003 wordt bevestigd.