Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Landbouwvrijstelling en saneringskosten
130 -/-
45 -/-
130 -/-
75 -/-
€ 8 000-/-
€ 10 000-/-
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende verkocht een perceel landbouwgrond aan een projectontwikkelaar, waarbij in de koop- en leveringsakte was bepaald dat belanghebbende een puinpad op het perceel diende te saneren. De vraag was in hoeverre de landbouwvrijstelling van toepassing was op de winst die belanghebbende bij deze verkoop had gerealiseerd, en hoe de saneringskosten in de winstberekening moesten worden betrokken.
De rechtbank oordeelde dat de saneringskosten niet als verkoopkosten konden worden aangemerkt en dat belanghebbende deze kosten op de belastbare winst in mindering mocht brengen. Het hof stelde echter dat de saneringskosten verband hielden met de verkoop en daarom in mindering moesten worden gebracht op de koopsom bij de bepaling van het vrijgestelde voordeel, waarbij het bedrag pro-rata werd toegerekend. Belanghebbende stelde in cassatie dat de saneringskosten niet rechtstreeks verbonden waren met de verkoop en dat deze volledig aan de belaste bestemmingswijzigingswinst moesten worden toegerekend.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het hof terecht had geoordeeld dat de saneringskosten in mindering moesten worden gebracht op de verkoopopbrengst, maar dat de volledige aftrek van de saneringskosten van de belaste winst gerechtvaardigd was omdat de verkoopwaarde bij voortgezet agrarisch gebruik was vastgesteld. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep in cassatie gegrond. De saneringskosten kunnen dus volledig worden afgetrokken van de belaste winst, waarbij de landbouwvrijstelling correct wordt toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en bepaalt dat saneringskosten volledig aftrekbaar zijn van de belaste winst bij toepassing van de landbouwvrijstelling.