ECLI:NL:PHR:2014:1532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken bewijsmiddelen bij profijtontneming
Het Gerechtshof Den Haag bevestigde het vonnis van de Rechtbank Dordrecht waarin betrokkene werd verplicht tot betaling van €1.560 aan de staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Namens betrokkene werd cassatie ingesteld met het middel dat het hof nagelaten had de inhoud van de bewijsmiddelen te vermelden waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd.
De Hoge Raad stelt voorop dat op grond van artikel 511f Sv de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts aan wettige bewijsmiddelen mag worden ontleend en dat de uitspraak de bewijsmiddelen en hun inhoud moet vermelden, voor zover deze de schatting rechtvaardigen. In deze zaak is gebleken dat de aanvulling met de bewijsmiddelen in het ongerede is geraakt en niet meer beschikbaar is.
Hoewel dit een motiveringsgebrek oplevert, leidt dit niet tot ambtshalve vernietiging door de Hoge Raad. De conclusie is dat het middel slaagt en de zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
De conclusie bevat tevens een verwijzing naar eerdere jurisprudentie die de motiveringsvereisten bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van bewijsmiddelen bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.