Conclusie
middelstelt dat de bewezenverklaarde voorbedachte raad niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat het Hof het bewezenverklaarde ontoereikend heeft gemotiveerd.
Voorbedachte raad
Parket bij de Hoge Raad
Op 19 mei 2010 heeft verdachte in Tilburg het slachtoffer met meerdere snij- en steekwonden in de hals gedood. Het hof veroordeelde verdachte tot 15 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte raad. De verdediging stelde dat voorbedachte raad niet bewezen was, omdat niet vaststond dat verdachte zich gedurende enige tijd had kunnen beraden.
Het hof baseerde zijn oordeel op feiten zoals het geforceerd binnendringen van de deur, een schermutseling waarbij het slachtoffer afweerletsels opliep, en het feit dat verdachte zich achter het slachtoffer had gepositioneerd bij het toebrengen van de dodelijke verwondingen. Het hof concludeerde dat verdachte niet in een opwelling had gehandeld, maar voldoende tijd had gehad om na te denken over zijn daad.
De Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze gedragingen de mogelijkheid van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling uitsluiten en waarom er sprake zou zijn van voorbedachte raad. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige weging van alle omstandigheden, inclusief contra-indicaties zoals hevige drift of korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, wat meegenomen kan worden bij de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van voorbedachte raad en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.