Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Beoordeling van het cassatieberoep
onderdeel 2berust op het uitgangspunt dat de aard van de schuld – achterstallige kinderalimentatie – meebrengt dat het hof bij de bepaling van de draagkracht ter vaststelling van kinderalimentatie diende te motiveren waarom die schuld (wel) moest worden meegenomen. Het stond het hof niet vrij voorbij te gaan aan de essentiële stelling van de vrouw dat met deze schuld geen rekening mag worden gehouden, aldus de klacht. [6]
voortseen motiveringsklacht die berust op de lezing dat het hof van oordeel is dat het ontstaan van de schuld wegens achterstallige kinderalimentatie niet aan de man te wijten is geweest en om die reden van belang was voor de bepaling van de draagkracht. Zij strekt tot betoog dat eerstgenoemd oordeel onvoldoende is gemotiveerd.
nietof
niet geheelmeewegen van schulden van de onderhoudsplichtige bij de bepaling van zijn draagkracht. De enkele constatering dat het gaat om een schuld die is aangegaan na de echtscheiding, dat een lening niet is aangegaan om huwelijkse schulden af te lossen enzovoorts, volstaat hierbij niet. Een speciale of uitgebreide motivering met betrekking tot het – in overeenstemming met de hoofdregel –
welmeewegen van schulden die men ook niet zou kunnen meewegen, wordt evenwel (in de regel) niet vereist. [30]
onderdeel 1naar mijn mening te falen. Niet kan worden volgehouden dat, zoals het onderdeel tot uitgangspunt neemt, schulden uit achterstallige kinderalimentatie zich er naar
aardtegen verzetten dat daarmee rekening wordt gehouden bij de vaststelling (wijziging) van kinderalimentatie. Voor het buiten beschouwing laten van achterstallige kinderalimentatie bestaat bijvoorbeeld geen rechtvaardiging in een geval als het onderhavige, waarin de alimentatieschuld is ontstaan over een periode waarin – naar achteraf blijkt – de draagkracht van de alimentatieplichtige op een te hoog niveau is vastgesteld en het ontstaan van achterstanden moeilijk kon worden voorkomen. Anders dan de steller van het middel ben ik niet bevreesd dat de door mij bepleite opvatting de deur openzet voor het bewerkstelligen van nihilstelling door het eenvoudigweg laten ontstaan van een achterstand. Ik meen dat een dergelijke handelwijze een rechtvaardiging kan vormen om de achterstand, in afwijking van de hoofdregel, (aldus gemotiveerd) buiten beschouwing te laten.
dezelfdekinderalimentatie als waarvoor thans de draagkracht van de man wordt bepaald. Ook de achterstand in de betaling van kinderalimentatie voor [de dochter] is overigens ontstaan in de periode waarin de man – zoals achteraf beoordeeld – in ieder geval te weinig draagkracht had om de voor [de zoon] in aanvang vastgestelde en op dat moment (nog) verschuldigde kinderalimentatie te betalen. [32]
onderdeel 2wordt het hof verweten niet te zijn ingegaan op de als essentieel aan te merken stelling van de vrouw, luidende:
aardvan de schuld – achterstallige kinderalimentatie – meebrengt dat het hof bij de bepaling van de draagkracht ter vaststelling van kinderalimentatie diende te motiveren waarom die schuld
welin aanmerking moest worden genomen. Het middel wil hiermee een regel ingang doen vinden, welke tegengesteld is aan de hiervoor beschreven hoofdregel volgens welke slechts een motiveringsplicht bestaat indien, in afwijking van de hoofdregel, een schuld
niet (geheel)in aanmerking wordt genomen. Ik meen dat voor een dergelijk e afwijking onvoldoende zwaarwegende redenen bestaan. Het onderdeel geeft die ook niet (duidelijk) aan. Evenmin als een schuld uit achterstallig e kinderalimentatie naar haar aard meebrengt dat zij nooit in aanmerking kan worden genomen (waarover onderdeel 1), brengt zij naar haar aard mee dat, i n afwijking van de hoofdregel, te allen tijde moet worden gemotiveerd waarom zij wel in aanmerking behoort te worden genomen.
tweedemotiveringsklacht in onderdeel 2 faalt bij gemis aan feitelijke grondslag. De beschikking van het hof biedt geen enkel aanknopingspunt voor de lezing dat het hof van oordeel is dat het ontstaan van de schuld wegens achterstallige kinderalimentatie niet aan de man te wijten is geweest en om die reden van belang was voor de bepaling van de draagkracht. Voorts berust de klacht op het hiervoor verworpen uitgangspunt dat het hof diende te motiveren waarom de schuld (wel) moest worden meegenomen bij de bepaling van de draagkracht.
onderdeel 3treft evenmin doel.