De zaak betreft een gewapende overval op een juwelier te Zaandam op 30 juni 2011, waarbij drie medeverdachten met vuurwapens en hamers vitrines hebben vernield en sieraden hebben gestolen. Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van deze overval en opzetheling van een gestolen Audi S6 die als vluchtauto werd gebruikt.
Het hof stelde vast dat verdachte op 15 juni 2011 aanwezig was bij de juwelier voor een voorverkenning, dat hij de bestuurder was van de vluchtauto en de medeverdachten opwachtte bij de overval. DNA-sporen van verdachte werden aangetroffen op voorwerpen in de vluchtauto, waaronder een moker en een jammer. Verdachte gaf geen geloofwaardige verklaring voor zijn aanwezigheid en vluchtgedrag.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat sprake is van medeplegen, ook al was verdachte niet lijfelijk aanwezig bij de overval. De nauwe en bewuste samenwerking, de planmatige voorbereiding en de substantiële bijdrage van verdachte rechtvaardigen medeplegen. Ook is bewezen dat verdachte wist dat de vluchtauto gestolen was, waarmee opzetheling is bewezen.
De middelen van cassatie worden verworpen. De uitspraak bevestigt de hedendaagse functionele opvatting van medeplegen waarbij verantwoordelijkheid en samenwerking centraal staan, ook zonder fysieke uitvoeringshandeling op de plaats delict.