Conclusie
Op te leggen straffen
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte op 4 december 2012 voor poging tot doodslag tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 150 uur, met verbeurdverklaring van een breekijzer. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest, waarbij twee middelen werden aangevoerd: het beroep op noodweerexces en de motivering van de strafoplegging.
Het hof had geoordeeld dat er geen sprake was van een noodweersituatie op het moment dat verdachte het slachtoffer met het breekijzer sloeg. De eerdere aanranding van goederen was niet meer ogenblikkelijk en de hevige gemoedsbeweging die tot het handelen van verdachte leidde, was niet het onmiddellijke gevolg van een wederrechtelijke aanranding. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd.
Ten aanzien van de strafoplegging oordeelde de Hoge Raad dat het hof de straf passend had gemotiveerd, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het was gepleegd, de persoon van verdachte, de conflictsituatie met de vereniging van eigenaren, en de persoonlijke gevolgen voor verdachte. Ook de overschrijding van de redelijke termijn leidde tot strafvermindering. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat verdachte veroordeelde voor poging tot doodslag wordt bevestigd.