ECLI:NL:PHR:2014:1710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WSNP-procedure
Verzoeker heeft een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) ingediend, dat door de rechtbank Midden-Nederland op 18 februari 2014 niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd verzoeker op 25 maart 2014 failliet verklaard. Verzoeker kwam in hoger beroep tegen beide vonnissen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verzocht om vernietiging van deze vonnissen en alsnog toelating tot WSNP.
Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het vonnis van 18 februari 2014 wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden. Verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de termijnoverschrijding niet verschoonbaar achtte, mede omdat in het vonnis geen rechtsmiddelenclausule was opgenomen en verzoeker geen rechtsbijstand had in eerste aanleg.
De Hoge Raad oordeelt dat anders dan in het bestuursrecht geen verplichting bestaat tot opname van een rechtsmiddelenclausule in civiele vonnissen en dat het ontbreken daarvan de beroepstermijn niet kan opschorten. Ook het ontbreken van rechtsbijstand rechtvaardigt geen versoepeling van de strikte termijn. Verzoeker wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep op grond van artikel 80a RO.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.