Conclusie
[verdachte]
middelbehelst de klacht dat het Hof het bewijs van het tenlastegelegde ten onrechte slechts heeft gebaseerd op een ‘ander geschrift’ als bedoeld in art. 344 lid 1 sub Pro 5o Sv.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor een snelheidsovertreding op basis van een kopie van een proces-verbaal die door de Officier van Justitie was gewaarmerkt als 'voor fotocopie conform'. De verdediging stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte het bewijs uitsluitend op deze kopie had gebaseerd, die volgens hen niet de bewijskracht van een origineel proces-verbaal had.
De Hoge Raad overwoog dat een gewaarmerkte kopie in beginsel gelijkgesteld kan worden aan het origineel, mits niet blijkt van bijzondere omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigen. De Raad constateerde dat het Hof terecht de kopie als bewijsmiddel heeft gebruikt en dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd is. De zaak illustreert de overgangsfase in het strafprocesrecht waarin digitale dossiers en gescande documenten een steeds grotere rol spelen, terwijl de wettelijke kaders voor elektronische processen-verbaal nog in ontwikkeling zijn.
De Hoge Raad benadrukte dat het ontbreken van een elektronische handtekening op de stukken in deze zaak niet tot vernietiging leidt, mede omdat de verdachte ter zitting niet ontkende op de betreffende plaats te hebben gereden. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen. De uitspraak onderstreept de noodzaak van duidelijke regels omtrent digitale bewijsmiddelen in het strafproces.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling voor snelheidsovertreding bevestigd.