Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten
De verlening van rechtsbijstand
kennelijk onredelijk ontslag-procedure, vzr.] kan worden gestart, die wel de waarborgen en mogelijkheden kent van een reguliere gerechtelijke procedure.”
primairdat de voorzieningenrechter DAS zal veroordelen tot overdracht van de zaak aan een door [eiser] aan te wijzen advocaat onder de verplichting diens honorarium en proceskosten te voldoen vanaf 17 januari 2014, dan wel tot betaling van een voorschot van € 5.000 op de advocaatkosten en
subsidiairdat DAS zal worden veroordeeld tot betaling € 6.050 aan [eiser] als voorschot op schadevergoeding, beide keren met veroordeling van DAS in de proceskosten. [6]
3.Spoedeisend belang?
4.De reikwijdte van de te beantwoorden vraag
nietrelevant zijn in de onderhavige procedure, maar wél in een reeds aanhangige procedure tussen andere partijen, daaronder begrepen de partij die daarop aandringt. Dat geldt heel in het bijzonder in een setting waarin de andere procespartij(en) [18] in die andere procedure niet zijn gehoord of ten minste de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze te bepleiten. Dit punt wordt onderstreept door de omstandigheid dat de inhoud van de schriftelijke opmerkingen van Achmea “in belangrijke mate [is] ontleend aan de conclusie van antwoord in hoger beroep van Achmea in de in randnummer 2.1 bedoelde procedure”, [19] over, zo voeg ik toe, een andere vraag en tussen andere partijen, Achmea daaronder begrepen.
DASliever een andere vraag aan Uw Raad had voorgelegd. [20] Ik ga ook daar niet op in, reeds omdat het aankomt op de door
de rechtergestelde vraag.
5.Vrijheid blijheid? Een puur Nederlandse aangelegenheid?
wellichtniet omdat het gaat om een kort geding, [21] maar het ligt m.i. erg voor de hand als Uw Raad zou menen dat geen sprake is van een acte clair. Bovendien valt er zeker wat te zeggen voor de gedachte dat de gehoudenheid in casu wél bestaat voor het geval zou moeten worden aangenomen dat geen sprake is van een acte clair of éclairé nu het gaat om een prejudiciële vraag; zie art. 394 lid 1 Rv Pro., al erken ik dat de daar genoemde gebondenheid strikt genomen slechts geldt voor de rechter die de vraag heeft gesteld. In een bodemprocedure zou in theorie dus anders kunnen worden beslist.”
6.Spiegelgevechten in het luchtledige
kunnenhebben voor de beschikbaarheid van rechtsbijstandverzekeringen voor een redelijke premie (wat dat laatste dan ook moge betekenen). DAS heeft daar bij pleidooi uitvoerig op gewezen. Haar betoog klinkt op zich niet onaannemelijk, maar onderbouwd is het nauwelijks. In zoverre herhaalt de geschiedenis zich eindeloos. De (Nederlandse) rechter is er aan gewend geraakt door repeat-players getrakteerd te worden op roerende verhalen zonder relevante onderbouwing. Verhalen die zeker niet steeds stroken met de realiteit.
relevanteen
controleerbareof
ten minste objectief bezien voldoende betrouwbare [28] gegevens op tafel komen over kwesties zoals:
op zijn best, om onbruikbare informatie. Daaruit blijkt dat verschillende advocaten zich hebben gezet aan het bestuderen van jurisprudentie en literatuur (o.m. met betrekking tot het spoedeisend belang), terwijl het grootste deel van de concept-rekening betrekking heeft op “dagvaarding” en “pleitnota”. Klaarblijkelijk gaat het dus niet of in elk geval niet alleen om de UWV-procedure. Daarop wijst ook dat wordt gerept van deurwaarders, bellen met de rechtbank en zo meer; allemaal handelingen die niet aan de orde zijn in het kader van UWV-procedures. De op de declaratie vermelde werkzaamheden van Zuydgeest doen ernstig vermoeden dat het gaat om de procedure tegen DAS. Immers is literatuur en rechtspraak bestudeerd met betrekking van enkele arresten van het HvJ EU inzake rechtsbijstandverzekeringen. Voorts is informatie bij de KvK opgevraagd over DAS. Het gaat bij dit alles om handelingen die van iedere goede zin zijn gespeend in het kader van een UWV-procedure.
gemiddeldeadvocatenkosten € 13.814 zouden belopen. Het komt mij buitengewoon onaannemelijk voor dat de kosten van het voeren van verweer tegen de aanvraag van een ontslagvergunning (eveneens) in die orde van grootte liggen. Het betoog van Achmea is daarmee m.i. rijp voor de prullenmand. Dan laat ik nog maar daar dat het zou gaan om een steekproef die Achmea beweert zelf te hebben uitgevoerd; de juistheid daarvan is volstrekt oncontroleerbaar. Ik kan met de beste wil van de wereld niet inzien waarom het, zelfs rekening houdend met concurrentiegevoeligheid, niet doenlijk zou zijn om
ten minstecontroleerbare gegevens met betrekking tot bijvoorbeeld het tijdsbeslag van het voeren van verweer tegen ontslagaanvraagverzoeken te produceren. Aan de hand daarvan zou dan globaal kunnen worden becijferd wat de kosten van vrije advocatenkeuze zouden kunnen zijn.
8.Rechtsvergelijking
9.Bespreking van de schriftelijke opmerkingen van DAS
ofsprake is van een “administratieve procedure”.
primaire besluitvorming(door het betrokken bestuursorgaan zelf) centraal staat. Ten tweede betreft het een zuiver
eenzijdige procedureop instigatie van de werkgever, die geen voldoende processuele waarborgen biedt voor (het horen van) de werknemer, en waarin de werknemer dus niet als (gelijkwaardige) procespartij is betrokken. Bijgevolg kan van processuele belangenbehartiging aan de zijde van de werknemer, zoals vereist door art. 4 lid 1 sub a van Pro de Richtlijn, in dit kader ook geen sprake zijn.”
10.De schriftelijke opmerkingen van [eiser]
anyinquiry or proceedings”, respectievelijk “dans
touteprocédure judiciaire ou administrative”, aldus nog steeds [eiser]. [71] De bepaling spreekt verder van een gerechtelijke
ofadministratieve procedure. Deze laatste toevoeging zou overbodig zijn als het feitelijk steeds zou moeten gaan om een gerechtelijke procedure. [72] wijst voorts op een veelheid aan richtlijnen waarin de term administratieve procedure voorkomt en waarin dit begrip steeds ziet op procedures die zich afspelen voor een administratief orgaan. [73] Waar de Europese wetgever niet het oog heeft op de administratieve procedure in de breedste zin van het woord, is dit uitdrukkelijk tot uitdrukking gebracht. [74] Dat is in de onderhavige Richtlijn niet het geval. [75] benadrukt verder dat zijn belangen niet minder groot zijn nu de ontslagvergunningsprocedure zich voor een bestuursorgaan afspeelt. Tegen toekenning van de vergunning staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen meer open en de wettelijke mogelijkheid om in het kader van een kennelijk onredelijk ontslagprocedure een herstel van het dienstverband te vorderen is tot een dode letter verworden. [76] Aanvullend merkt [eiser] nog op dat de Nederlandse wetgever er bewust voor heeft gekozen de ontslagvergunningsprocedure onder de reikwijdte van de Algemene wet bestuursrecht te brengen en dat het aldus evident gaat om een bestuursrechtelijk (administratieve) procedure voor een bestuursorgaan [77] en dat voorts uit de parlementaire geschiedenis van art. 2:1 Awb Pro blijkt dat het recht op bijstand en vertegenwoordiging in administratieve procedures ziet op iedere fase van het bestuurlijk proces. [78]
anyof
toutein andere taalversies zegt op zichzelf genomen niets over hoe het daarop volgende begrip “gerechtelijke of administratieve procedure” moet worden begrepen. Dat wordt gesproken van een gerechtelijke
ofadministratieve procedure kan mogelijk worden verklaard op de wijze als door DAS in haar schriftelijke opmerkingen betoogd. [79] Uit de verwijzing naar andere Europese richtlijnen kan voor de uitleg van de onderhavige Richtlijn m.i. geen, laat staan een doorslaggevend, argument worden geput ten gunste van de uitleg van [eiser]. Uit deze richtlijnen kan immers niet worden opgemaakt dat de Europese wetgever, steeds wanneer niet de administratieve procedure in de breedste zin van het woord is bedoeld, zulks uitdrukkelijk tot uitdrukking heeft willen brengen.
noodzaakbestaat voor een procedure bij een
overheidsrechter. [82] Uit verscheidene werkdocumenten volgt volgens haar dat er steeds een afweging plaatsvindt van de noodzaak of de wenselijkheid van inschakeling van een advocaat, dat het moment waarop het recht op vrije advocaatkeuze ontstaat niet is geharmoniseerd en dat het aan de verzekeraar en verzekerde is overgelaten dat moment te bepalen. [83] Dat sprake moet zijn van een procedure voor de overheidsrechter zou met name volgen uit het feit dat in de ontstaansgeschiedenis wordt gesproken over de “verdediging” van de belangen van de verzekerde en dat uitdrukkelijk de situaties van “verhoor” en “proces” worden genoemd. Deze laatste begrippen hebben in de eerste plaats de betekenis van “rechtsgeding”. [84] Zij zijn op een later moment vervangen door de term “gerechtelijke of administratieve procedure”, maar daarmee is niet een inhoudelijke wijziging beoogd. [85] Overigens wordt in de Engelse taalversie nog altijd van “inquiry or proceedings” gesproken. [86]
ofde ontslagvergunningsprocedure moet worden aangemerkt als een administratieve procedure in de zin van de Richtlijn. Als die vraag bevestigend moet worden beantwoord, kan niet worden gezegd dat de art. 4 lid Pro 1, onder a van de Richtlijn zinledig is omdat ab initio een recht op vrije advocaatkeuze bestaat en dat rechtsbijstandsverzekeringen in alle gevallen worden getransformeerd tot een kostendekkende verzekering. Evenmin strijdt een dergelijke uitleg met het feit dat niet is gekozen voor een systeem als bedoeld in art. 3 lid Pro 2, aanhef en onder c van de Richtlijn. Noch ook kan worden gezegd dat in dat geval de door de Nederlandse en Duitse delegatie geuite wens de toepassing van de onderhavige bepaling niet te beperken tot gerechtelijke of administratieve procedures zinledig is. Buiten het geval dat sprake is van een “gerechtelijke of administratieve procedure” bestaat het recht op vrije advocaatkeuze in beginsel immers niet.
12.De schriftelijke opmerkingen van [betrokkene] c.s.
13.Voorlopig antwoord
14.Vraagstelling
Inleidende opmerkingen
eenzijdige procedurebetreft, waarin alleen de werkgever als formele “procespartij” is betrokken (namelijk als aanvrager van de vergunning). Uitsluitend de
werkgeverkan toestemming vragen voor ontslag, en hij kan dat zo vaak als hij wil. De rol van de
werknemer- als lijdend voorwerp van de vergunningaanvraag - is in deze procedure navenant beperkt. De werknemer kan weliswaar schriftelijke opmerkingen indienen, en in voorkomende gevallen ook worden gehoord, maar van een formele positie als (gelijkwaardige) procespartij is zeker geen sprake. De werknemer “procedeert” niet bij het UWV en kan ook geen “gelijk” of “ongelijk” krijgen, respectievelijk de “zaak winnen” of “verliezen”. Het gaat in deze besluitvormingsprocedure uitsluitend om de toewijsbaarheid van de door de werkgever verzochte ontslagvergunning.
Naar een eerlijke ontslagprocedure, rapport
Het Nederlandse ontslagrecht en het BBA-carcinoom(oratie Nijmegen), Deventer: Kluwer 2010, p. 8-9;
Ontslagrecht, Zutphen: Paris 2012, p. 176;
kennelijkonredelijk ontslag. [118] [119] Art. 7:682 lid 1 BW Pro opent de mogelijkheid voor de rechter om de arbeidsovereenkomst die kennelijk onredelijk is beëindigd te herstellen, maar dat gebeurt niet vaak. [120]
primaire besluitvormingover een door de werkgever eenzijdig ingediend verzoek om overheidstoestemming voor ontslag”. [121] Met name het woordje “primair” is, zoal niet onjuist, dan toch in elk geval misleidend.