Conclusie
eerste middelklaagt over (de motivering van) de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, voor zover betrekking hebbend op drie oogsten op de eerste verdieping van de woning van de betrokkene.
tweede middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat voordeel is verkregen uit drie oogsten van de in de kelder aangetroffen planten onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelkeert zich tegen het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is geworden dat de variabele kosten per plant hoger zijn dan € 2,50 per plant.