ECLI:NL:HR:2013:BU3984
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motivering en vermindert bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €113.777,65. De betrokkene werd veroordeeld voor het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op basis van een vermogensvergelijking en een transactieberekening, waarbij het hof het financieel rapport en de bijbehorende aanvullingen als wettige bewijsmiddelen aanvaardde. De betrokkene voerde verweer dat het voordeel niet juist was berekend en dat de herkomst van het geld legaal was, onder meer door inkomsten uit bosbouw en militaire dienst.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende nauwkeurig heeft gemotiveerd aan welke bewijsmiddelen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend en dat het verweer van de betrokkene onvoldoende was om de gevolgtrekkingen uit het financieel rapport te weerleggen. Wel acht de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot vermindering van het te betalen bedrag tot €108.777,00.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het bedrag en vermindert dit ambtshalve. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de strafkamer op 4 juni 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel tot €108.777,00 en verwerpt het beroep voor het overige.