Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten
1) Rates for service:
3.Het geding voor de Rechtbank en het Hof
4.Het geding in cassatie
5.Opwaardeerkaarten in de omzetbelasting en wat niet in geschil is
6.Vergoeding
vergoeding. Ingevolge artikel 8, lid 1, van de Wet wordt de omzetbelasting immers berekend over de vergoeding. De vraag is alleen: wat is die vergoeding in dit geval? Is dat het bedrag dat belanghebbende (van de distributeurs) ontvangt, of het bedrag dat de klant betaalt?
in rekening wordt gebracht(…). Ingeval ter zake van de levering of de dienst meer wordt voldaan dan hetgeen in rekening is gebracht, komt in plaats daarvan in aanmerking hetgeen is voldaan.”
verkrijgtof moet verkrijgen
van de zijde van de afnemer of van een derde(…)”
in een geldbedrag uitgedrukte prijs, indien dit bedrag de enige werkelijke tegenprestatie vormt;”
Hetgeen namelijk moet worden belast is de werkelijke uitgave van de consumenten en niet een theoretische waarde van de goederen en diensten.”
wat de reële tegenwaarde in geld van de door Argos geaccepteerde bonis.
moet worden gezien naar de enige transactie die daarvoor relevant is, namelijk de oorspronkelijke transactie bestaande in de verkoop van de bon met of zonder korting.Uit deze transactie blijkt, dat de bon voor Argos bij acceptatie ervan een werkelijke tegenwaarde in geld vertegenwoordigt die gelijk is aan het geldbedrag dat zij bij de verkoop ervan heeft ontvangen, te weten de nominale waarde van de bon minus de eventueel verleende korting.”
en dat hij daarmee dus aan de distributeur het recht overdraagt die infrastructuur te gebruiken om dergelijke gesprekken tot stand te brengen.De aanbieder van telefoondiensten levert dus een dienst aan de distributeur.
verschillendediensten van een
bepaaldeondernemer kunnen worden afgenomen. [40] Weliswaar kan het recht dat de ondernemer (belanghebbende) met de verkoop van de opwaardeerkaarten overdraagt, niet worden geclassificeerd als ‘telecommunicatiedienst’, omdat nog niet duidelijk is welke dienst precies van belanghebbende gevraagd zal worden bij gebruikmaking van het (bel)tegoed van de opwaardeerkaart, maar dat neemt niet weg dat bij de verkoop van de opwaardeerkaart sprake is van de overdracht – tegen vergoeding – van een recht, namelijk een recht om van belanghebbende diensten af te nemen. Een dergelijke overdracht lijkt mij een belast(bar)e dienst, waarbij de maatstaf van heffing moet worden gesteld op het bedrag dat de ondernemer van de distributeur ontvangt. [41]