ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9872
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Maatstaf van heffing omzetbelasting bij verkoop opwaardeerkaarten via detailhandel
Eiseres, een aanbieder van mobiele telecommunicatiediensten, verkocht opwaardeerkaarten via detailhandel met een korting aan detaillisten, die deze vervolgens aan klanten verkochten voor de nominale waarde. De vraag was of de maatstaf van heffing voor omzetbelasting gebaseerd moest worden op de nominale waarde van de kaarten of op het werkelijk door eiseres ontvangen bedrag (nominale waarde minus korting).
Eiseres verwees naar het arrest Argos van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin werd geoordeeld dat de maatstaf van heffing het bedrag is dat de leverancier daadwerkelijk ontvangt, ook als de bon tegen nominale waarde aan de consument wordt verkocht. Verweerder stelde dat de maatstaf de nominale waarde moest zijn en dat de korting een vergoeding was voor een distributiedienst van de detaillist.
De rechtbank concludeerde dat de detaillist de kaarten op eigen naam en risico verkoopt en geen dienst verleent aan eiseres. De zaak werd vergeleken met het arrest Argos, waarbij het ontvangen bedrag bepalend is. De rechtbank oordeelde dat de maatstaf van heffing gelijk is aan het bedrag dat eiseres daadwerkelijk ontvangt, namelijk de nominale waarde minus de korting. Het beroep werd gegrond verklaard en de verschuldigde omzetbelasting werd verminderd met € 100.000.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De maatstaf van heffing voor de omzetbelasting is het bedrag dat eiseres daadwerkelijk ontvangt, namelijk de nominale waarde van de vouchers minus de korting.