ECLI:NL:PHR:2014:1924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur houdende middelen
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde vastgesteld op € 1.095.474,20 en hem verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld. Namens de veroordeelde heeft een raadsman één middel van cassatie voorgesteld. Dit middel strekt tot vernietiging van het arrest in de hoofdzaak, maar er zijn geen andere middelen voorgesteld.
De Hoge Raad overweegt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is indien niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. Omdat in deze zaak geen schriftuur houdende middelen zijn ingediend, verklaart de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beslissing betreft een samenhangende reeks zaken, waarin dezelfde procedurele overwegingen gelden. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van schriftuur houdende middelen van cassatie.