Conclusie
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van de voorbedachte raad.
“A.
B.
C.
D.
E.
F.
G.
H.
naar het hof begrijpt: eveneens in de rugzak aangetroffen) krant betrof een uitgave van het Eindhovens Dagblad, gedateerd 29 september 2010. De krant was opgevouwen.
I.
J.
het hof begrijpt: [betrokkene 2]). Op een gegeven moment ontdekte ik dat hij overspelig was, in ieder geval met [slachtoffer].
K.
L.
het hof begrijpt: op 2 oktober 2010) vertrokken ben (
het hof begrijpt: naar Heesch). Het is een klein uur rijden.
M.
het hof begrijpt: [betrokkene 2]) meegenomen. Het waren papieren van het bedrijf.
het hof begrijpt: het slachtoffer [slachtoffer]) toe gegaan en ik heb haar naar de huiskamer gesleept omdat daar meer licht was.
N.
O.
P.
Q.
R.
.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof onvoldoende gemotiveerd in hoger beroep een hogere straf heeft opgelegd dan in eerste aanleg door de rechtbank is opgelegd.