Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
zijn partijen een boedelverdeling overeengekomen [5] , die ziet op bepaalde roerende zaken die de man zou willen meenemen, de (hierboven genoemde) spaarbelegpolis en de vier polissen op naam van de kinderen.
Uit de inhoud van Uw brieven van 17 december en 3 en 25 januari jl. maak ik op dat Uw client thans op korte termijn de boedelscheiding wenst te effectueren. Omdat de overeenkomsten van het voorjaar 1999 nog niet geheel zijn uitgevoerd, zend ik u bijgaand een conceptboedelscheidingsovereenkomst, waarin hetgeen nog over en weer uitgewisseld moet worden is neergelegd.Voorts wordt in de brief gewezen op een paar punten betreffende de boedelscheiding. Ten slotte staat vermeld:
Indien, op basis van bijgaande overeenkomst, de genoemde goederen bij cliente komen, de verzekeringen zijn overgeschreven en afgegeven en Uw client daartegenover het geld zal hebben ontvangen, kan er een punt achter de boedelscheiding worden gezet. (…)
Uw brief van 27 januari jl., door mij ontvangen op 3 februari jl., heb ik met cliënt besproken. Cliënt voelt zich niet meer gehouden aan hetgeen naar aanleiding van het viergesprek [op 1 juli 1999 zo begrijpt het hof] is overeengekomen. Uw cliënte heeft stelselmatig geweigerd medewerking te verlenen en heeft bij haar vertrek uit de woning een ravage en leeg huis achtergelaten. (…) Hierbij verwijs ik ook naar mijn schrijven van 14 juli jl respectievelijk 22 juli jl. en 31 augustus jl. met bijlagen.[Deze brieven zijn in deze procedure niet overgelegd; toev. hof]. Voorts wordt in deze brief uitvoerig stilgestaan bij (de verdeling van) de inboedel.
Ten aanzien van de boedelscheiding heb ik van mevrouw mr. Hardeman niets meer vernomen zodat ik bijgaande herinnering aan mevrouw Hardeman heb gezonden. (…) Indien ik een boedelscheidingsprocedure voor u zou moeten gaan voeren in de toekomst zal dit ook niet met een toevoeging kunnen in verband met uw inkomen.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 14 maart j.l. het volgende.[Deze brief is niet overgelegd; toev. hof]
Naar de mening van cliënt heeft uw cliënte zich op geen enkele wijze gehouden aan de afspraken waardoor die afspraken alleen al daardoor zijn komen te vervallen. (…) Ik heb cliënt geadviseerd zich per omgaande te wenden tot notaris Plet te Amerongen.
jij roept al een paar jaar dat er een boedelscheiding heeft plaatsgevonden, maar aangezien jij je niet hebt gehouden aan de voorwaarden in die zogenaamde boedelscheiding is die komen te vervallen. Dat is jou medegedeeld in de brief gedateerd 15 maart 2000, geschreven door advocate… .
Wat ik al verwachtte gebeurde ook, niet terug gehoord van jou om je medewerking te verlenen d.m.v. jou handtekeningen (…) Ik stuur jou nu papieren toe w.b.t. spaarpolis [001] die op 28 mei 1999 op jou naam is gezet. Ook ontvang jij papieren omtrent Vola en Aegon, die zijn ook heel duidelijk.
mocht jij soms n.a.v. deze brieven (spook)verrekeningen en onverkwikkelijke zaken uit het verleden naar boven wil trekken, prima maar ik heb nog andere te regelen dingen op de plank liggen, maar ik zeg daarbij dat ik die liever tot het verleden wil laten behoren. De keus is aan jou.
enkel tijdsverloopniet voldoende is
NJ. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan of 1) bij de wederpartij het
gerechtvaardigd vertrouwenis gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, of 2) de positie van de wederpartij
onredelijk benadeeld of bezwaardzou worden indien de rechthebbende zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. [11] Alleen de eerste categorie speelt in cassatie een rol in deze zaak, als ik het goed zie; onredelijke benadeling van de positie van de vrouw is niet aangevoerd. Het hof heeft volgens mij geen rechtsverwerking aangenomen op grond van louter tijdsverloop of enkel stilzitten door de man, maar op grond van door de man bij de vrouw opgewekt vertrouwen dat hij berustte bij de niet volledig op alle punten afgewikkelde verdelingsafspraken – bij de status quo; de hiervoor vermelde categorie 1). Ik meen dat het hof dit kon doen op grond van het navolgende.
onderdeel 1daarom niet slagen.
juridischeverdeling van de huwelijksgoederengemeenschap heeft plaatsgevonden. Ik lees rov. 3.12 zo, dat het hof – voortbouwend op zijn oordeel in rov. 3.9 dat de man zijn recht heeft verwerkt om verdeling te vorderen – van oordeel is dat de conventionele vorderingen van de man “op die grondslag” stranden. Met “die grondslag” doelt het hof op het feit dat de man heeft berust in de
feitelijkeafwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap in de periode tussen 15 februari 2000 en 21 februari 2008 en dat deze afwikkeling hiermee definitief is geworden.
Onderdeel 2is dus ook tevergeefs voorgesteld.