Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken. Het hof oordeelde dat een taakstraf niet mogelijk was omdat verdachte eerder was veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uren. De Hoge Raad stelt dat op grond van art. 22b lid 2 Sr een taakstraf slechts kan worden uitgesloten indien de eerdere taakstraf onherroepelijk was en daadwerkelijk is verricht of de vervangende hechtenis is bevolen op het moment van het nieuwe feit. In deze zaak was de eerdere veroordeling pas onherroepelijk na het plegen van het nieuwe feit, zodat het hof een onjuiste rechtsopvatting had. De Hoge Raad vernietigt daarom het oordeel over de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor een passende beslissing. De rest van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het oordeel van het hof dat een taakstraf niet mogelijk was wegens eerdere taakstraf die nog niet onherroepelijk was, is onjuist verklaard en de strafoplegging wordt vernietigd.