Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof niet heeft gereageerd op een in het kader van de strafmaat gevoerd art. 359a Sv-verweer.
Op te leggen straf of maatregel.
in zijn verdedigingis geschaad. [5]
tweede middelklaagt over de overschrijding van de redelijke termijn. Tegen het arrest van het Hof is op 11 september 2013 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de stukken geplaatste stempel zijn de stukken bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen op 13 juni 2014. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden overschreden met ruim een maand. Een voortvarende behandeling die de overschrijding van de inzendtermijn zou kunnen compenseren, dat wil zeggen een uitspraak van de Hoge Raad binnen zestien maanden na het instellen van het beroep in cassatie, behoort wellicht nog tot de mogelijkheden. Dat zou dan met zich brengen dat het middel faalt. Met het oog daarop is deze conclusie vervroegd genomen.