Conclusie
PbEGL 302) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 28 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met verboden uit de Opiumwet, met betrekking tot het buiten het grondgebied van Nederland brengen en het aanwezig hebben van heroïne en cocaïne.
Het hof kwalificeerde de feiten als meerdaadse samenloop en paste art. 57 Sr Pro toe, maar de Hoge Raad stelt vast dat er sprake is van eendaadse samenloop, zodat art. 55 Sr Pro van toepassing is. De bewezenverklaarde feiten betreffen dezelfde drugs op dezelfde tijd en plaats, waardoor de strafbare feiten afzonderlijk gekwalificeerd hadden moeten worden.
De Hoge Raad verbetert de kwalificatie ambtshalve, maar oordeelt dat het belang van de verdachte bij cassatie ontbreekt omdat de strafoplegging niet anders zou zijn geweest. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak bevestigt de toepassing van eendaadse samenloop bij gelijktijdige strafbare gedragingen met vergelijkbare strekking.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard; kwalificatie verbeterd, strafoplegging gehandhaafd.