Voetnoten
1.Belastingblad 2013/400 met noot Van der Burg, V-N 2013/57.1.4, FutD 2013/2189.
2.Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de
3.Heden neem ik eveneens conclusie in de vergelijkbare zaken met nrs. 13/06195 en 13/04578. Anders dan in voornoemde zaken staat de terugwerkende kracht van de Reparatiewet, tot en met 22 september 2011, in de onderhavige zaak niet ter discussie, omdat de Reparatiewet is van 13 oktober 2011 en belanghebbende de aanvraag voor een identiteitskaart op 19 oktober 2011 heeft ingediend.
4.De in deze conclusie opgenomen citaten uit jurisprudentie en literatuur zijn zonder daarin voorkomende voetnoten opgenomen. Citaten uit de processtukken waarin een tekstbewerking voorkomt, zoals onderstrepingen, vet- of cursiefzettingen, zijn veelal als onbewerkt weergegeven.
5.Zie r.o. 1.1 en onderdeel 2 van de uitspraak van het Hof.
6.Rechtbank Zwolle-Lelystad 8 oktober 2012, nummer AWB 11/2369. Uitspraak niet gepubliceerd.
7.Besluit van 20 september 2001, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden (Stb. 2001, 421).
8.Besluit van 13 november 2009, houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de indexering van de tarieven voor het jaar 2010 en de verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten aan kinderen tegen een gereduceerd bedrag (Stb. 2009, 488).
9.Voetnoot uit citaat: Kamerstukken II 2008-2009, 31 324 (R 1844), nr. 22, p.2. Toevoeging A-G: In deze brief is geschreven: ‘Door deze maatregel is er vanaf 1 januari 2010 een reisdocument voorhanden dat even goedkoop is als de bijschrijving in het paspoort. (…). Ik ben van mening dat hiermee tegemoet wordt gekomen aan hetgeen de Kamer van de regering heeft gevraagd door het aannemen van de moties van de leden Knops en Pechtold.’
10.Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de
11.Kamerstukken II 2011-2012, 33011, nr. 3, p. 1-2.
12.Kamerstukken II 2011-2012, 33011, nr. 3, p. 3.
13.Kamerstukken II 2011-2012, 33011, nr. 3, p. 3-4.
14.Kamerstukken II 2011-2012, 33011, nr. 3, p. 4-5.
15.Handelingen, Tweede Kamer (33011) 28 september 2011, 5-2-2 en 5-2-24.
16.Handelingen, Tweede Kamer (33011) 28 september 2011, 5-9-101 en 5-9-102.
17.Kamerstukken I 2011-2012, 33011, C, p. 4, 7-9.
18.Handelingen, Eerste Kamer (33011) 11 oktober 2011, 3-4-9 tot en met 3-4-22 en 3-6-33 tot en met 3-6-45. Tijdens dit debat is vrij veel kritiek op de Reparatiewet geuit. Ook ten aanzien van de terugwerkende kracht. Handelingen, Eerste Kamer (33011) 11 oktober 2011, 3-4-22: ‘Er kan dus geen sprake van zijn dat het overhaast doorsluizen van de kosten die gemoeid zijn met ondoelmatige en ondoordachte wetgeving, naar burgers of gemeenten kan plaatsvinden. Ook heeft de burger weinig waardering voor wetgeving met terugwerkende kracht. De burger zelf wordt doorgaans zwaar afgerekend op gemaakte fouten. Waarom zou de overheid boven dit simpele uitgangspunt staan? De overheid zou dan ook aan geloofwaardigheid winnen door eerst maar eens de hand in eigen boezem te steken.’
19.Handelingen, Eerste Kamer (33011) 11 oktober 2011, 3-6-39.
20.Rijkswet van 18 december 2013 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status van de Nederlandse identiteitskaart, het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten, een andere grondslag voor de heffing van rechten door burgemeesters en gezaghebbers en het niet langer opslaan van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie (Stb. 2014, 10).
21.Kamerstukken 2012-2013, 33440 (R 1990), nr. 3, p. 1, 8-9 en 14.
25.Ook een aantal rechtbanken hebben geoordeeld over de identiteitskaart en de Reparatiewet. Rechtbank Utrecht 5 juli 2012, SBR 11/4160, Belastingblad 2012/369 met noot De Bruin. Rechtbank Roermond 10 december 2012, nr. AWB 12/118, ECLI:NL:RBROE:2012:BY5809, Belastingblad 2013/56 met noot De Bruin. Rechtbank ’s Gravenhage 22 augustus 2012, nr. AWB 11/9346, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7476, Belastingblad 2012/481 met noot De Bruin. 26.Gerechtshof Den Haag 6 november 2013, nr. BK-12/00734, ECLI:NL:GHDHA:2013:4127, Belastingblad 2013/522 met noot De Bruin, V-N 2014/8.2.4, FutD 2013/2726 met noot redactie. 27.Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 2 mei 2014, nr. 13/00050, ECLI:NL:GHSHE:2014:1219, Belastingblad 2014/246 met noot De Bruin. 28.P. de Bruin, annotatie Hof Den Haag 6 november 2013, nr. BK-12/00734, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2784, Belastingblad 2013/522. Vergelijk de annotatie van P.de Bruin bij de uitspraak van de Rechtbank Utrecht 5 juli 2012, SBR 11/4160, Belastingblad 2012/369 en Rechtbank ’s Gravenhage 22 augustus 2012, nr. AWB 11/9346, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7476, Belastingblad 2012/481. 29.Ledenbrief Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 oktober 2011 (Lbr. 11/065),
30.P.F. Goes, De nieuwe identiteitskaartheffing, WFR 2012/74. Het gehele artikel is gelet op onderhavig geschil lezenswaardig.
31.Zie 4.13.
32.Zie 4.4 e.v.: ‘Dit wetsvoorstel heeft tot doel om met spoed een reparatie aan te brengen in de wettelijke grondslag voor de heffing van rechten door gemeenten voor het verrichten van handelingen ten behoeve van de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart.’
33.Zie 4.3.
34.Zie 2.1.
35.Zie 2.3.
36.Zie 3.2.
37.Zie 2.3.
38.Zie 3.2.
39.Zie 4.4.
40.Zie 4.9.
41.Zie 3.2.
42.Zie 4.9 (vgl 4.4).
43.Vgl. 4.12.
44.Zie 3.2.
45.Zie 4.3.
46.Zie 4.6 en vgl. 4.27.
47.Zie in dit verband ook de rechtsoverwegingen 5.6 tot en met 5.21 in mijn conclusie over de Reparatiewet in de zaak met Hoge Raad nummer 13/06195.
48.Zie 4.14.
49.Vergelijk de nota naar aanleiding van het verslag: ‘In mijn ogen is het heffen van een belasting hier gerechtvaardigd nu de belasting niet wordt geheven over een product maar juist ten behoeve van dit product, ter dekking van de kosten van productie en verstrekking daarvan teneinde deze kosten niet op de schouders van de gehele gemeenschap te laten rusten.’
50.Zie 4.1 en 4.4.
51.Zie 3.2.
52.Zie 4.15
53.Toevoeging A-G: zie 4.2.
54.Zie 2.3.