ECLI:NL:PHR:2014:2289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt reikwijdte schadevergoedingsmaatregelen bij strafoplegging
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes dagen en een taakstraf van 240 uur, met daarnaast schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan diverse benadeelde partijen. De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere jurisprudentie dat de vernietiging van een strafoplegging ook de schadevergoedingsmaatregelen omvat, omdat deze maatregelen onderdeel zijn van de strafoplegging en niet slechts civielrechtelijke beslissingen.
Het hof had ten onrechte geoordeeld dat de schadevergoedingsmaatregelen niet meer aan zijn oordeel waren onderworpen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het deze maatregelen betreft en legt de zaak terug aan het hof om deze opnieuw te beoordelen. De Hoge Raad wijst er op dat de vervangende hechtenis gekoppeld aan de schadevergoedingsmaatregelen een strafkarakter heeft en dat de betalingsverplichtingen hoofdelijk zijn opgelegd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het cassatieberoep ontvankelijk moet worden verklaard, ondanks een formeel te late akte, omdat het verzoek tot cassatie tijdig per fax was ingediend. De Hoge Raad bevestigt dat de strafoplegging inclusief schadevergoedingsmaatregelen opnieuw beoordeeld moet worden, maar dat een nieuwe behandeling waarschijnlijk niet tot een andere uitkomst zal leiden gezien de motivering van het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het schadevergoedingsmaatregelen betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van deze maatregelen.