ECLI:NL:PHR:2014:2298
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie na bevestiging vonnis diefstal met geweld
Op 14 december 2012 bevestigde het Gerechtshof 's-Gravenhage het vonnis van de Rechtbank Dordrecht van 17 februari 2011, waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder diefstal vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Verdachte was vrijgesproken van een feit, maar veroordeeld voor andere feiten, waaronder het voorbereiden van diefstal met geweld en het bezit van een vuurwapen.
De verdediging stelde in cassatie diverse middelen aan de orde, die de Hoge Raad echter verwierp. De Hoge Raad wees er ambtshalve op dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de cassatiezaak was overschreden, wat leidt tot een strafvermindering. De rechtbank had een gevangenisstraf van tien jaren opgelegd.
In de onderliggende procedure was uitgebreid bewijs besproken, waaronder getuigenverklaringen van medeverdachten, technische en forensische gegevens over een vuurwapen, en de betrouwbaarheid van verklaringen. De rechtbank en het hof hadden de verklaringen en het bewijs zorgvuldig gewogen en het verweer van de verdediging verworpen.
De Hoge Raad bevestigde deze motivering en oordeelde dat het hof niet in strijd had gehandeld met het vereiste van motivering. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, met ambtshalve strafvermindering wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen met ambtshalve strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.