Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
unequivocal waiver). Voor ‘gewone’ Bopz-machtigingszaken is al eerder uitgemaakt dat indien de raadsman terugtreedt omdat zijn cliënt te kennen geeft niet langer door hem te worden bijgestaan, een met de kwetsbare positie van betrokkene strokende uitleg van art. 8 lid Pro 3, Wet Bopz, in verbinding met art. 45 lid 4 Sv Pro, meebrengt dat de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere raadsman wenst. In zijn beschikking moet de rechter van het resultaat van dit onderzoek doen blijken [3] . Ten aanzien van de beslissing op een verzoek om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling kan in beginsel eenzelfde regel worden aangehouden. Hier verdient evenwel aantekening dat de rechter bij de behandeling van zodanige verzoeken is gebonden aan een korte wettelijke beslistermijn. Voor gevallen waarin de patiënt in bewaring is gesteld schrijft art. 29 lid 3 Wet Pro Bopz immers voor dat de rechter beslist binnen drie dagen, gerekend vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift door de officier van justitie. In de onderhavige zaak is het verzoekschrift ingediend op 25 augustus, zodat donderdag 28 augustus 2014 de laatste dag was waarop de rechtbank een beschikking kon geven. De praktische consequentie van de verklaring van betrokkene dat zij geen bijstand wenste van de aan haar toegevoegde advocaat kon zijn dat het niet meer lukt binnen de wettelijke beslistermijn een advocaat bereid en in staat te vinden om haar bij te staan. Het vorenbedoelde onderzoek of de betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenst, omvat naar mijn mening ook een onderzoek of, rekening houdend met de noodzaak van een mondelinge behandeling vóór het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, bijstand van een andere advocaat nog kan worden georganiseerd. Zo dit werkelijk niet meer mogelijk blijkt, zal deze consequentie aan de betrokkene moeten worden voorgehouden. Daarna beslist de betrokkene zelf of hij/zij zich liever door de toegevoegde advocaat dan in het geheel niet door een advocaat laat bijstaan [4] .
immediately after the arrest”, zoals bedoeld in (rov. 47 van) het arrest Varbanov/Bulgarije van het EHRM [5] .