Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens gekwalificeerde diefstal, gepleegd samen met anderen. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar meerdere eerdere veroordelingen van verdachte voor vermogensdelicten, die hem er kennelijk niet van weerhielden het onderhavige feit te plegen.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat verdachte reeds diverse malen was veroordeeld, terwijl het Justitieel Documentatieregister slechts één eerdere onherroepelijke veroordeling vóór het bewezenverklaarde feit vermeldt. Een andere veroordeling dateert van ná het plegen van het feit. Deze onjuiste feitelijke vaststelling maakt de strafmotivering onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en bepaalt dat de straf opnieuw moet worden gemotiveerd. Het beroep van verdachte wordt voor het overige verworpen. De zaak wordt terugverwezen voor een passende beslissing op basis van correcte feiten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste en begrijpelijke strafmotivering, waarbij het strafrechtelijk verleden van verdachte correct moet worden vastgesteld en meegewogen.