ECLI:NL:PHR:2014:25

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2014
Publicatiedatum
28 januari 2014
Zaaknummer
13/00783
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging strafoplegging wegens onjuiste strafmotivering bij gekwalificeerde diefstal

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens gekwalificeerde diefstal, gepleegd samen met anderen. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar meerdere eerdere veroordelingen van verdachte voor vermogensdelicten, die hem er kennelijk niet van weerhielden het onderhavige feit te plegen.

De Hoge Raad stelt vast dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat verdachte reeds diverse malen was veroordeeld, terwijl het Justitieel Documentatieregister slechts één eerdere onherroepelijke veroordeling vóór het bewezenverklaarde feit vermeldt. Een andere veroordeling dateert van ná het plegen van het feit. Deze onjuiste feitelijke vaststelling maakt de strafmotivering onbegrijpelijk.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en bepaalt dat de straf opnieuw moet worden gemotiveerd. Het beroep van verdachte wordt voor het overige verworpen. De zaak wordt terugverwezen voor een passende beslissing op basis van correcte feiten.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste en begrijpelijke strafmotivering, waarbij het strafrechtelijk verleden van verdachte correct moet worden vastgesteld en meegewogen.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging wegens onbegrijpelijke strafmotivering en terugverwezen voor nieuwe beslissing.

Conclusie

Nr. 13/00783
Mr. Harteveld
Zitting 14 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 24 januari 2013 de verdachte ter zake van “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met last tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijk opgelegde straf, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
3.1. Het
middelbehelst de klacht dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed, nu het Hof heeft overwogen dat de verdachte reeds diverse malen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten hetgeen hem er niet van heeft weerhouden ook het onderhavige feit te plegen. Blijkens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 4 december 2012 is de verdachte echter slechts eenmaal eerder veroordeeld, aldus de steller van het middel.
3.2. Het Hof heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:
“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte is met zijn medeverdachten - allen woonachtig in [plaats] - in de nacht/vroege ochtend naar Emmen gereden, kennelijk met geen ander doel dan het plegen van criminele feiten. Hun optreden heeft daarmee alles weg van een georganiseerde strooptocht in de provincie. Zeker nu verdachte geen enkele verklaring wenst te geven voor de redenen waarom en met welk doel hij en zijn medeverdachten deze reis midden in de nacht hebben ondernomen. Verdachte heeft door zijn handelen tot uitdrukking gebracht dat hij geen enkel respect heeft voor de eigendomsrechten van anderen.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 december 2012, waaruit blijkt dat verdachte reeds diverse malen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden ook het onderhavige feit te plegen.
Gelet op de ernst van het feit, alsmede het strafrechtelijk verleden van de verdachte, acht het hof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf van twee maanden passend en geboden.”
3.3. Het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de verdachte van 4 december 2012, waarnaar het Hof in zijn strafmotivering verwijst, vermeldt twee veroordelingen ter zake van vermogensdelicten die onherroepelijk zijn afgedaan, te weten:
1) een veroordeling wegens een tweetal gekwalificeerde diefstallen gepleegd op 10 oktober 2011 tot onder meer achttien weken gevangenisstraf waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, door de Rechtbank 's-Gravenhage op 2 februari 2012 (onherroepelijk: 17 februari 2012, zie p. 1 en 2 UJD);
2) een veroordeling wegens gekwalificeerde diefstal gepleegd op 22 februari 2009 tot een werkstraf van tachtig uren, waarvan veertig uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, door de Kinderrechter ’s-Gravenhage op 15 september 2009 (onherroepelijk: 15 september 2009, zie p. 5 UJD).
3.4. De verdachte is in de onderhavige zaak veroordeeld voor een gekwalificeerde diefstal op 14 februari 2011: hij heeft samen met anderen geld uit een parkeerautomaat gestolen. Het Hof heeft bij de strafoplegging onder meer overwogen dat de verdachte zich kennelijk niet door eerdere veroordelingen ter zake van vermogensdelicten heeft laten weerhouden het onderhavige feit te plegen. Daarbij heeft het Hof kennelijk acht geslagen op de hiervoor onder 3.3 vermelde onherroepelijke veroordelingen, waarbij één van de twee veroordelingen dateert van na het plegen van het bewezenverklaarde feit. [2] Aldus is de strafmotivering van het Hof, voor zover inhoudende dat de verdachte blijkens dat uittreksel “reeds diverse malen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden ook het onderhavige feit te plegen”, onbegrijpelijk. De verdachte is vóór het plegen van het onderhavige feit op 14 februari 2011 immers slechts eenmaal eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van een woninginbraak. [3] Nu mijns inziens niet gesteld kan worden dat deze onjuiste vaststelling van het Hof een ondergeschikt onderdeel van de strafmotivering betreft, dient dit te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. [4]
3.5. Het middel treft doel.
4. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot zodanige op art. 440 Sv Pro berustende beslissing als aan de Hoge Raad gepast voorkomt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.In de zaak tegen de medeverdachte, met griffienummer 13/00519 ([medeverdachte]), concludeer ik vandaag eveneens.
2.Zie de eerste onder 3.3 genoemde veroordeling.
3.Zie de tweede onder 3.3 genoemde veroordeling.
4.Zie HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9111 en HR 16 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3692. Vgl. o.m. HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1553 alsmede HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1441.