Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
3 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepplantage. Het hof motiveerde de straf onder meer door te verwijzen naar een eerdere veroordeling van de verdachte wegens hennepteelt, wat volgens het hof de strafverzwaring rechtvaardigde.
De Hoge Raad oordeelde echter dat deze motivering niet begrijpelijk was, omdat de bewezenverklaring betrekking had op feiten die waren gepleegd voordat de eerdere veroordeling was uitgesproken. Hierdoor was de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de straf. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.