ECLI:NL:PHR:2014:2693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-nageleefd voorschrift dagvaarding en nietigheid proces bij verstek
Het Gerechtshof Den Haag had de verdachte op 31 juli 2013 bij verstek veroordeeld wegens gekwalificeerde diefstal en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De kern van het cassatieberoep betrof de toepassing van art. 51 Sv Pro, dat voorschrijft dat de raadsman van de verdachte op de hoogte moet zijn gesteld van de dag en het tijdstip van de terechtzitting. Hoewel het Hof aannam dat aan dit voorschrift was voldaan, bleek uit het proces-verbaal dat de raadsvrouwe niet aanwezig was en dat zij mogelijk niet tijdig was geïnformeerd. De griffier had vernomen dat de raadsvrouwe niet was opgeroepen, wat aanleiding had moeten zijn tot nader onderzoek door het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een dergelijk onderzoek de niet-nakoming van art. 51 Sv Pro niet kan worden genegeerd, omdat dit voorschrift essentieel is voor een geldige behandeling van de zaak bij verstek. Hierdoor is het proces ter terechtzitting en het daarop gebaseerde arrest nietig. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 51 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.