ECLI:NL:PHR:2014:2693

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2014
Publicatiedatum
20 januari 2015
Zaaknummer
14/00040
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 588 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-nageleefd voorschrift dagvaarding en nietigheid proces bij verstek

Het Gerechtshof Den Haag had de verdachte op 31 juli 2013 bij verstek veroordeeld wegens gekwalificeerde diefstal en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.

De kern van het cassatieberoep betrof de toepassing van art. 51 Sv Pro, dat voorschrijft dat de raadsman van de verdachte op de hoogte moet zijn gesteld van de dag en het tijdstip van de terechtzitting. Hoewel het Hof aannam dat aan dit voorschrift was voldaan, bleek uit het proces-verbaal dat de raadsvrouwe niet aanwezig was en dat zij mogelijk niet tijdig was geïnformeerd. De griffier had vernomen dat de raadsvrouwe niet was opgeroepen, wat aanleiding had moeten zijn tot nader onderzoek door het Hof.

De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een dergelijk onderzoek de niet-nakoming van art. 51 Sv Pro niet kan worden genegeerd, omdat dit voorschrift essentieel is voor een geldige behandeling van de zaak bij verstek. Hierdoor is het proces ter terechtzitting en het daarop gebaseerde arrest nietig. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 51 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 14/00040
Mr. Harteveld
Zitting 18 november 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Den Haag heeft de verdachte op 31 juli 2013 bij verstek wegens gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 257,00 toegewezen, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. M.J.N. Vermeij, advocaat te Den Haag, heeft namens de verdachte bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3.1. Het middel klaagt dat art. 51 Sv Pro is geschonden doordat het Hof tot behandeling van de zaak is overgegaan zonder dat blijkt van onderzoek naar de vraag of de raadsvrouwe geacht mocht worden op de hoogte te zijn van dag en tijdstip van de zitting.
3.2. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevinden zich:
(i) een proces-verbaal van de terechtzitting van de Rechtbank van 13 november 2012, inhoudende dat aldaar de verdachte en zijn raadsvrouwe mr. A.A. Holleeder zijn verschenen, met daarin de aantekening van het door de Politierechter gegeven mondeling vonnis;
(ii) een akte rechtsmiddel inhoudende dat mr. A.A. Holleeder namens de verdachte op 20 november 2012 hoger beroep instelt tegen voormeld vonnis middels een bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker;
(iii) een last tot toevoeging van 31 mei 2013;
(iv) een brief van de griffier van het Hof van 31 mei 2013, gericht aan mr. A.A. Holleeder inzake de toezending van processtukken;
(v) een aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte brief van 31 mei 2013 van de Advocaat-Generaal bij het Hof aan mr. A.A. Holleeder, inhoudende dat de behandeling van de onderhavige strafzaak tegen de verdachte zal plaatsvinden op 17 juli 2013 te 09.00 uur.
3.3. De dagvaarding van de verdachte in hoger beroep op 26 juni 2013 uitgereikt aan de griffier. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is aldaar noch de verdachte noch de voor de verdachte optredende raadsvrouwe verschenen. Dat proces-verbaal houdt voor zover van belang het volgende in:
“De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, adres: [a-straat 1] te [woonplaats],
is niet ter terechtzitting verschenen.
De raadsvrouw van de verdachte, mr. A.A. Holleeder, is - hoewel bij brief van 31 mei 2013 behoorlijk opgeroepen - niet ter terechtzitting verschenen.
(…)
De griffier heeft getracht de raadsvrouw telefonisch te bereiken. Zij heeft naar het kantoor van de raadsvrouw gebeld. Door een medewerkster van het kantoor is aan de griffier medegedeeld dat de raadsvrouw niet is opgeroepen en dat zij - in verband met een andere zaak - momenteel niet op kantoor is.
De voorzitter stelt vast dat de dagvaarding hoger beroep - overeenkomstig het bepaalde in artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering - op 26 juni 2013 op correcte wijze is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank ‘s-Gravenhage, met verzending op diezelfde datum van een afschrift van de dagvaarding aan het gba-adres van de verdachte.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.”
3.4. In hetgeen hiervoor onder 3.3 is weergegeven ligt besloten dat de raadsvrouwe, die niet aanwezig was ter terechtzitting, tijdig op de hoogte is gesteld van dag en tijdstip van de behandeling van de zaak. Tegelijkertijd bevat het proces-verbaal van de terechtzitting een aanknopingspunt voor het vermoeden dat de kennisgeving van de Advocaat-Generaal niet aan de raadsvrouwe is toegezonden, dan wel haar niet heeft bereikt. [1] Nog voordat het onderzoek werd gesloten heeft de griffier immers van een medewerkster van het kantoor van de raadsvrouwe vernomen dat zij ‘niet is opgeroepen’. In aanmerking genomen dat het in het belang van de verdachte gegeven voorschrift van art. 51 Sv Pro van zo grote betekenis is dat, al is dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman in de weg te staan, had het Hof in deze omstandigheid mijns inziens aanleiding behoren te vinden alsnog nader te onderzoeken of art. 51 Sv Pro was nageleefd. Nu van zo’n onderzoek niet blijkt, lijdt het onderzoek ter terechtzitting en daarmee ook het naar aanleiding daarvan gewezen arrest aan nietigheid. [2]
3.5. Het middel slaagt.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Gerechtshof Den Haag, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Anders dan bijvoorbeeld het geval was in HR 30 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4859.
2.Vgl. HR 14 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9218.