ECLI:NL:HR:2008:BD4859
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kennisgeving aan raadsman en verwerpt cassatieberoep wegens niet-verschijnen
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf wegens het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wat kan leiden tot bevoordeling van zichzelf.
De verdachte stelde in cassatie dat art. 51 Sv Pro was geschonden omdat het Hof de zaak behandelde zonder te onderzoeken of de raadsman daadwerkelijk op de hoogte was van dag en tijdstip van de zitting. De stukken van het geding bevatten echter een kennisgeving van de Advocaat-Generaal aan de raadsman waarin de datum en tijd van de terechtzitting duidelijk werden vermeld.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat deze kennisgeving de raadsman niet had bereikt. Het feitelijke oordeel van het Hof dat de raadsman tijdig was geïnformeerd en de afwezigheid van de raadsman niet tot aanhouding van de zaak leidde, was niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Deze uitspraak bevestigt het belang van een correcte kennisgeving aan de raadsman en dat het Hof niet verplicht is nader onderzoek te doen naar de reden van afwezigheid als de kennisgeving aannemelijk is gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot drie weken gevangenisstraf.