Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
27 januari 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag. De raadsvrouwe van de verdachte was niet verschenen, terwijl zij volgens het hof correct was opgeroepen conform art. 51 Sv Pro. De griffier informeerde naar de reden van afwezigheid, waaruit bleek dat de raadsvrouwe de kennisgeving niet had ontvangen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zonder nader onderzoek mocht aannemen dat art. 51 Sv Pro was nageleefd, maar dat het oordeel van het hof dat dit daadwerkelijk het geval was, zonder nadere motivering niet begrijpelijk was. Dit maakte het middel van de verdachte gegrond.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag om het hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Hiermee wordt het belang van correcte en aantoonbare oproeping van de raadsvrouw in hoger beroep benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.