ECLI:NL:PHR:2014:308
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenste vreemdeling ondanks onvoldoende inspanningen tot vertrek
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling was verklaard. Verdachte stelde in hoger beroep dat hij zich in een overmachtsituatie bevond omdat de Chinese autoriteiten niet meewerkten aan zijn terugkeer naar China, waardoor hij geen reisdocumenten kon verkrijgen.
Het hof onderzocht deze stelling en concludeerde dat verdachte onvoldoende inspanningen had verricht om Nederland te verlaten. Uit het dossier bleek dat verdachte zich niet tijdig tot de Chinese autoriteiten had gewend, terwijl dit niet zinloos zou zijn geweest. Het hof oordeelde dat verdachte niet alles had gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd om aan zijn vertrekverplichting te voldoen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad benadrukte dat het verweer van overmacht en afwezigheid van alle schuld niet slaagt indien verdachte niet aannemelijk maakt dat hij daadwerkelijk alles heeft gedaan om het land te verlaten. Verdachte is strafbaar gebleven omdat geen omstandigheden zijn gebleken die zijn strafbaarheid uitsluiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenste vreemdeling zonder voldoende inspanningen tot vertrek.