Conclusie
[verdachte]
eerstemiddel klaagt dat het Hof de onder 1 bewezen verklaarde tongzoen ten onrechte als verkrachting in de zin van art. 242 Sr Pro heeft gekwalificeerd.
tweedemiddel klaagt dat het Hof het oordeel dat bij het onder 2 tenlastegelegde sprake is van een poging tot verkrachting ontoereikend heeft gemotiveerd.
derdemiddel klaagt dat de redelijke termijn is overschreden, omdat tussen de dag van het instellen van cassatie, 25 februari 2013, en die van de ontvangst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad, 9 oktober 2013, meer dan zes maanden zijn verstreken.