Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
26 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 25 oktober 2012 herzien. De verdachte werd ervan beschuldigd ontuchtige handelingen te hebben gepleegd door een minderjarige tongzoenen te geven, waarbij het hof dit kwalificeerde als seksueel binnendringen in de zin van art. 245 Sr Pro.
De Hoge Raad verduidelijkt zijn eerdere uitspraak van 12 maart 2013, waarin werd geoordeeld dat een tongzoen niet als verkrachting kan worden aangemerkt, ondanks dat het binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking inhoudt. De Hoge Raad stelt dat het geven van een tongzoen niet automatisch valt onder de strafbepalingen van art. 242, 243, 244 en 245 Sr, die betrekking hebben op seksueel binnendringen.
In plaats daarvan kan een tongzoen worden gekwalificeerd als een ontuchtige handeling onder art. 247 of Pro 249 Sr, of buiten het zedendelictenkader als een feit onder art. 284 Sr Pro. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het de kwalificatie en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting door het hof.
Deze uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en proportionele strafrechtelijke kwalificaties, waarbij de ernst van de gedraging en het maatschappelijke spraakgebruik worden meegewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de kwalificatie van het geven van een tongzoen als verkrachting en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.