Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Beslissing
14 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar, waaronder seksueel binnendringen. De Hoge Raad oordeelt dat de kwalificatie van het feit door het hof juist is, mede gelet op eerdere jurisprudentie dat het enkele geven van een tongzoen niet onder art. 245 Sr Pro valt, terwijl hier sprake is van meer dan dat.
Daarnaast werd aan verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) opgelegd. De Hoge Raad stelt vast dat het hof bij de beslissing tot oplegging van de TBS-maatregel terecht ook rekening heeft gehouden met strafbare feiten waarvoor verdachte nog niet onherroepelijk is veroordeeld. Dit is in cassatie slechts beperkt toetsbaar en de klacht hierover faalt.
Het hof motiveerde de TBS-oplegging onder meer met een langdurig patroon van zedendelicten, een gebrekkige geestelijke ontwikkeling en de noodzaak tot behandeling ter bescherming van de algemene veiligheid. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en de oplegging van de TBS-maatregel, waarbij ook niet-onherroepelijke feiten in aanmerking zijn genomen.