Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
Kamerstukken II1995/96, 24 761, nr. 3, blz. 15-16) leidt niet tot een ander oordeel. Daarin wordt immers het volgende opgemerkt (cursivering Hof): “Ingeval opties zijn verkregen om aandelen op een toekomstig tijdstip te
verwerven, gaat de waardeontwikkeling van die aandelen tevens de optiehouder aan. Onder omstandigheden kan het daarom gerechtvaardigd zijn de optiehouder op dezelfde wijze te behandelen als een aandeelhouder.” De in deze toelichting opgenomen overweging is derhalve beperkt tot koopopties (rechten om aandelen te verwerven). Ook voor het overige zijn in de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten te vinden voor de door belanghebbende bepleite, verder strekkende hoofdregel.
Kamerstukken II1995/96, 24 761 B, blz. 21):
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
partner, direct of indirect:
partner, direct of indirect:
Speculatie
Bescherming
5.Behandeling van de middelen
uittot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen. De putoptiepremies kwalificeren niet als kosten ter behoud van reguliere voordelen. Ze zijn te relateren aan de bron, de onderliggende aandelen, als zodanig.