Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 2achterwege blijven.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of verzoeker terecht niet-ontvankelijk is verklaard in hoger beroep tegen de beëindiging van zijn schuldsaneringsregeling wegens overschrijding van de beroepstermijn van acht dagen.
De rechtbank Den Haag had op 10 oktober 2013 de WSNP van verzoeker beëindigd. Verzoeker diende het beroepschrift op 24 oktober 2013 in, zes dagen na het verstrijken van de termijn. Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk omdat de termijn niet verschoonbaar was overschreden. Verzoeker stelde dat het vonnis hem te laat had bereikt en dat hij als in persoon procederende saniet onvoldoende rechtsbescherming had gekregen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de stelling van verzoeker dat het vonnis hem buiten zijn toedoen te laat bereikte, niet heeft onderzocht. Ook is het te vergaand om van een saniet te verlangen dat hij zelf contact opneemt met de rechtbank na de mededeling dat uitspraak over twee weken volgt. De Hoge Raad past de uitzondering op strikte termijnhandhaving toe en vernietigt het arrest, wijzend de zaak terug naar het hof voor inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.