ECLI:NL:PHR:2014:428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling poging doodslag wegens onvoldoende motivering voorwaardelijk opzet en faalt noodweerexcesverweer
De zaak betreft een veroordeling door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van verdachte voor medeplegen van poging tot doodslag, waarbij zij achttien maanden gevangenisstraf kreeg opgelegd, waarvan negen maanden voorwaardelijk. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad onderzocht twee hoofdpunten: de bewijskracht van het voorwaardelijk opzet op levensberoving en het beroep op noodweerexces.
Het hof had geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard door herhaaldelijk met een koevoet hard op het hoofd te slaan. De Hoge Raad oordeelde echter dat de motivering van het hof onvoldoende was, vooral gezien de hoge eisen die aan het bewijs van voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag worden gesteld. De medische rapportage toonde alleen hoofdwonden en oppervlakkige verwondingen, wat onvoldoende is om het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op overlijden te bewijzen.
Daarnaast wees de Hoge Raad het beroep op noodweerexces af. Hoewel het hof aannam dat de eerste klap van medeverdachte 1 als noodweer kon worden beschouwd, was het vervolggeweld van verdachte en haar mededaders disproportioneel en niet het onmiddellijke gevolg van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de eerdere aanranding. Het hof had het verweer van noodweerexces dan ook terecht verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De conclusie benadrukt dat het hof de motivering omtrent het voorwaardelijk opzet moet aanscherpen en dat het noodweerexcesverweer niet slaagt gezien de disproportionaliteit van het geweld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het voorwaardelijk opzet en het beroep op noodweerexces wordt afgewezen.