ECLI:NL:HR:2011:BN9301
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat beroep op noodweerexces ook na beëindiging noodweersituatie mogelijk is
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag. De verdediging voerde onder meer een beroep op noodweer en noodweerexces aan, stellende dat verdachte handelde uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding van zijn medeverdachte.
Het hof erkende een noodweersituatie op het moment dat verdachte zijn medeverdachte van het slachtoffer bevrijdde, maar oordeelde dat deze situatie was beëindigd toen het slachtoffer was overmeesterd en geboeid op de grond lag. Het hof verwierp daarom het beroep op noodweerexces voor de daarna gepleegde geweldshandelingen.
De Hoge Raad stelt dat het hof miskend heeft dat een beroep op noodweerexces ook na beëindiging van de noodweersituatie mogelijk is, mits de gedraging het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de voorafgaande aanranding. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.
De uitspraak verduidelijkt de voorwaarden waaronder noodweerexces kan worden aangenomen, met name dat de hevige gemoedsbeweging van doorslaggevend belang moet zijn geweest voor de gedraging, zonder dat andere factoren geheel zijn uitgesloten. Hiermee wordt het leerstuk van extensief noodweerexces bevestigd en nader toegelicht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.