ECLI:NL:PHR:2014:436

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2014
Publicatiedatum
27 mei 2014
Zaaknummer
13/00114
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor smaad met kennelijk doel ruchtbaarheid geven

De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens smaad nadat hij een e-mail had gestuurd naar het algemene e-mailadres van het kinderdagverblijf waar zijn dochter werd opgevangen. In deze e-mail maakte hij melding van de veroordeling van zijn ex-partner en haar proeftijd, met als doel het kinderdagverblijf te informeren over hun onderlinge problemen in aanloop naar de Sinterklaasviering.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat hij geen opzet had gehad om de eer en goede naam van zijn ex-partner aan te tasten en dat hij niet het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven aan de mededeling. Het hof had echter geoordeeld dat de mededeling verder ging dan informeren en dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de mededeling de eer en goede naam van zijn ex-partner zou schaden.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat sprake was van het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven aan de smaad. De kring van ontvangers was weliswaar beperkt, maar bestond uit meerdere medewerkers van het kinderdagverblijf, zodat sprake was van een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens smaad blijft in stand.

Conclusie

Nr. 13/00114
Mr. Machielse
Zitting 4 maart 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 25 mei 2012 wegens “smaad” veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 100.
2. Mr. C.J.P. Liefting, advocaat te Amstelveen, heeft beroep in cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft nagelaten aan te geven wanneer het kennelijk doel van het informeren van derden overgaat in het kennelijk doel van het aantasten van de eer en goede naam van een ander. Verdachte heeft in zijn mail aan de leiding van het kinderdagverblijf geen onwaarheden geschreven en verdachte wilde het kinderdagverblijf slechts op de hoogte stellen van het feit dat zijn ex-partner daadwerkelijk was veroordeeld en dat zij nog in een proeftijd liep.
3.2. In zijn arrest heeft het hof het volgende overwogen:
"Ter terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, omdat de verdachte geen opzet heeft gehad om het slachtoffer in haar eer of goede naam aan te randen. Voorts heeft de verdachte bij het versturen van zijn e-mail aan het kinderdagverblijf niet het doel gehad om aan deze e-mail ruchtbaarheid te geven.
Het hof overweegt als volgt.
De dochter van de verdachte en zijn ex-partner (slachtoffer in deze zaak) genoot in 2008 en 2009 opvang bij kinderdagverblijf [A] te Diemen. Na een incident tijdens de Sinterklaasviering 2008 - de ex-partner van de verdachte wilde hem daar niet bij hebben en de verdachte heeft zich door het gedrag van zijn ex-partner genoodzaakt gezien de viering voortijdig te verlaten - heeft de verdachte over de e-mail geprobeerd afspraken te maken met zijn ex-partner over hun beider aanwezigheid op de Sinterklaasviering 2009. Met de bedoeling het kinderdagverblijf te informeren over wat zich in de voorbereiding op die viering tussen hem en zijn ex-partner afspeelde, heeft de verdachte op 27 november 2009 een e-mail van hem aan zijn ex-partner doorgestuurd naar het kinderdagverblijf. Die e-mail houdt onder meer in: "Als jij net als vorig jaar een scene gaat schoppen dan zal ik mij niet schromen daar aangifte van te doen. Je bent al veroordeeld voor je gedrag en je zit in je proeftijd".
Naar het oordeel van het hof is de verdachte, met deze mededeling zijn doel om - kennelijk met het oog op een ongestoorde Sinterklaasviering 2009 - het kinderdagverblijf te informeren over wat zich tussen hem en zijn ex-partner afspeelde voorbij geschoten en kan deze mededeling niet anders worden opgevat dan dat de verdachte met die mededeling willens en wetens de eer en goede naam van zijn ex-partner heeft aangerand, althans willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door die mededeling zijn ex-partner in haar eer en goede naam zou worden aangerand. Het hof acht mitsdien de opzet op de beledigende inhoud van de mededeling in kwestie bewezen.
De verdachte heeft verklaard dat hij op aanraden van een leidinggevende van het kinderdagverblijf de email
heeft verstuurd naar [A]@hetnet.nl. Het hof stelt vast dat dit onmiskenbaar een algemeen emailadres van het kinderdagverblijf betreft, zodat de verdachte door gebruikmaking van dat e-mailadres minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de bewuste mededeling meerdere - niet nader aangeduide - medewerkers van het kinderdagverblijf zou bereiken. Het hof stelt op grond van de op dit punt niet weersproken aangifte vast, dat dit ook bij zes medewerkers van het kinderdagverblijf het geval is geweest. Naar het oordeel van het hof is daarmee ook bewezen dat de verdachte de opzet heeft gehad om aan de bewuste mededeling ruchtbaarheid te geven. Het hof verwerpt mitsdien de verweren van de raadsman."
3.2. Het hof heeft daarop bewezenverklaard dat verdachte
"op 27 november 2009 te Diemen opzettelijk de eer en de goede naam van [betrokkene] heeft aangerand door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel bij geschrift in de vorm van een e-mail, die e-mail verzonden aan [A] ([A]) en gericht aan meer werknemers van die [A] (gevestigd te Diemen) en medegedeeld dat - zakelijk weergegeven - [betrokkene] is veroordeeld door de rechter voor haar gedrag en in haar proeftijd zit".
3.3. Voor het bewijs heeft het hof de volgende bewijsmiddelen gebezigd:
"1. Een ambtsedig proces-verbaal van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland met nummer PL132G 2009331615-1 op 9 december 2009 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier van politie, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [betrokkene] - zakelijk weergegeven -:
Op 27 november 2009 werd te Diemen het strafbare feit gepleegd. Mijn ex-partner, [verdachte], en ik hebben samen een dochtertje.
Ik ben op 3 november 2009 veroordeeld tot een geldboete, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Mijn ex-partner, [verdachte], heeft op 27 november 2009 een e-mail gestuurd naar het algemeen mailadres van het kinderdagverblijf, [A] ([A]) waar mijn dochter opvang geniet. Mijn dochter zit op de afdeling [B]. Het algemene mailadres is voor verschillende afdelingen leesbaar.
Ik weet in ieder geval dat er zes mensen toegang tot deze e-mail hebben. De directrice van [B] heeft mij hiervan in kennis gesteld. Een deel van de tekst van de e-mail was de volgende: "Je bent al veroordeeld voor je gedrag en je zit in je proeftijd."
Een kopie van deze e-mail wordt bijgevoegd.
Ik voel mij door deze e-mail in mijn goede naam en eer aangetast. Ik heb nu ook het gevoel dat de leidsters van de kinderopvang mij nu anders behandelen. Voor mijn gevoel ontwijken zij mij. Ik heb het idee dat mensen nu denken dat ik onfatsoenlijk ben, niet in staat ben om mijn dochter goed op te voeden en dat ik geen manieren heb. Ik mag dan wel veroordeeld zijn, maar ik wil niet dat andere mensen dit weten. Ik schaam mij hiervoor.
2. Een geschrift, zijnde een fotokopie van een uitgeprinte e-mail van 27 november 2009, afkomstig van [verdachte], gericht aan [betrokkene] en cc gericht aan [A]@hetnet.nl, onder meer inhoudende - zakelijk weergegeven -:
Je bent al veroordeeld voor je gedrag en je zit in je proeftijd.
3. Een ambtsedig proces-verbaal van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland met nummer 2009331615-3 op 9 juni 2010 in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 2], agent van politie, voor zover inhoudende als op evengenoemde datum tegenover verbalisante afgelegde verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven -:
Op 27 november 2009 heb ik een e-mail verstuurd naar het e-mailadres van mijn ex-partner en een cc aan [A]@hetnet.nl, zijnde het e-mailadres van het kinderdagverblijf waar mijn dochter destijds 4 dagen per week naar toeging, onder meer inhoudende: "Je bent al veroordeeld voor je gedrag en je zit in je proeftijd." Ik heb bewust naar deze twee e-mailadressen gestuurd. Het emailadres [A]@hetnet.nl wordt gebruikt door mensen die werkzaam zijn bij het kinderdagverblijf."
3.4. Eerlijk gezegd is mij niet precies helder waar het eerste middel op aankoerst. De uitleg van het hof lijkt mij wel duidelijk te zijn. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat, als het de bedoeling van verdachte is geweest de mensen die betrokken waren bij het kinderdagverblijf op de hoogte te stellen van de moeilijkheden die verdachte het jaar daarvoor bij de Sinterklaasviering heeft ondervonden en aan hen duidelijk te maken dat ook in 2009 de verhouding tussen verdachte en zijn ex niet een zodanige was dat er vanuit kon worden gegaan dat de viering van 2009 zonder enige wrijving of rimpeling zou verlopen, de verdachte zijn doel, te weten het verschaffen van zulke informatie aan het kinderdagverblijf, is voorbijgeschoten door daarbij te vermelden dat zijn ex-partner al voor haar gedrag veroordeeld was en in een proeftijd zat. Deze informatie was volkomen overbodig gelet op het doel dat de verdachte voorgaf na te streven. Het kennelijke doel van verdachte met het verschaffen van de informatie over strafrechtelijk afgedaan gedrag van zijn ex-partner, zoals dat blijkt uit het handelen van verdachte zelf en de omstandigheden die de achtergrond van het handelen van verdachte kenmerken, kan niet anders zijn geweest dan om haar bij het kinderdagverblijf in een kwaad daglicht te stellen. Dat is de redenering die het hof in zijn overwegingen heeft neergelegd.
Het middel faalt.
4.1. Het tweede middel klaagt dat de kring van personen die kennis konden nemen van wat verdachte in zijn e-mail heeft geschreven dusdanig beperkt was dat van "ruchtbaarheid geven" geen sprake kan zijn geweest.
4.2. Onder "ruchtbaarheid geven" als bedoeld in artikel 261 Sr Pro dient te worden verstaan "het ter kennis van het publiek brengen". Met zodanig 'publiek' is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. [1] Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld informatie die in de beslotenheid van een huiskamer aan een beperkte kring geadresseerden wordt toevertrouwd. [2]
4.3. In de onderhavige zaak kan niet worden gezegd dat verdachte zich tot het brede publiek heeft gewend, maar anderzijds ook weer niet dat hij zijn aantijging slechts in besloten en vertrouwde kring heeft geuit. Hij heeft niets gedaan om te voorkomen dat de inhoud van de mail die hij naar zijn ex-partner heeft gestuurd in bredere kring bekend zou worden. Hij kon er ook niet op rekenen dat dit niet zou gebeuren. Hij wist immers niet welke personen die in de relatie stonden met het kinderdagverblijf kennis zouden krijgen van de inhoud van deze mail en deze inhoud wellicht nog verder zouden verspreiden.
Het middel faalt.
5. Beide middelen, die niet klagen dat de tenlastelegging onvoldoende duidelijk maakt welk feit verdachte zijn ex-partner voor de voeten werpt, falen. Het eerste middel kan worden afgedaan met de aan artikel 81 RO Pro ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging noopt.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.HR 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9186.
2.HR 15 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2009.