Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
i.e.bij rechtspraak in drie instanties in plaats van twee. In de tweede plaats is de preliminaire vraag welke rechter bevoegd is van openbare orde, zodat een ieder met een geschil dat ofwel bij de ene, ofwel bij de andere rechter thuishoort, er belang bij heeft; in casu met name de Staatssecretaris, die ter zake van het inkomensgegeven
repeat playeris en voor de bevoegdheidsvraag in casu anders afhankelijk zou zijn van ofwel cassatieberoep door de belanghebbende (dat echter niet is ingesteld), ofwel terugsturing van de zaak door de Afdeling (waarna de Hoge Raad ex art. 77 Wet Pro RO alsnog moet beslissen), ofwel een nieuwe zaak waarin het beroep van een andere belanghebbende door een rechtbank gegrond verklaard wordt.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
i.e.een belastingaanslag of een ingevolge de belastingwet genomen, voor bezwaar vatbare beschikking.
3.Het geding in cassatie
- wordt bezwaar gemaakt binnen de zeswekentermijn die geldt voor bezwaar tegen de aanslag, dan wordt het bezwaar aangemerkt als bezwaar tegen het inkomensgegeven;
- wordt bezwaar gemaakt buiten die zeswekentermijn, ofwel ervóór, ofwel erna, dan wordt het bezwaar aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven.
4.De bevoegde rechter ter zake van het inkomensgegeven ex. art. 21(e)(1̊) AWR
Wettekst en geschiedenis
fiscale rechter: [18]
wiehoger beroep kon instellen, maar ook
waar: bij het gerechtshof. [22] Sinds 1 januari 2013 vermeldt art. 27h AWR alleen nog
wiehoger beroep in kan stellen:
ongebruikt verloop van de bezwaartermijn tegen de ene “toepassing” van dat gegeven of tegen de aanslag in de weg zou staan aan bezwaar tegen een andere “toepassing” van dat gegeven.
5.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep: procesbelang
i.e.bij rechtspraak in drie instanties in plaats van twee. In de tweede plaats is de preliminaire vraag welke rechter bevoegd is van openbare orde, zodat een ieder met een geschil dat ofwel bij de ene, ofwel bij de andere rechter thuishoort, er belang bij heeft; in casu met name de Staatssecretaris, die ter zake van het inkomensgegeven
repeat playeris en voor de bevoegdheidsvraag in casu anders afhankelijk zou zijn van ofwel cassatieberoep door de belanghebbende (dat echter kennelijk niet is ingesteld), ofwel terugsturing van de zaak door de Afdeling (waarna de Hoge Raad alsnog zal moeten oordelen [26] ), ofwel een nieuwe zaak waarin een beroep van een andere belanghebbende door een rechtbank wél gegrond verklaard werd.