ECLI:NL:PHR:2014:495
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid vervroegde onteigening tracé A9 Badhoevedorp ondanks vermeende bevoordeling overheidspartijen
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin vervroegde onteigening is uitgesproken ten behoeve van de omlegging van de Rijksweg A9 nabij Badhoevedorp. De eiser tot cassatie, mr. Van Schie, voerde aan dat de onteigening zou leiden tot verboden bevoordeling van overheidsgelieerde partijen, wat volgens hem misbruik van recht inhoudt. De rechtbank had dit verweer gepasseerd en geoordeeld dat de Mededingingswet niet strekt tot bescherming van privaat eigendom, maar tot het bevorderen van marktwerking.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de onteigening niet onrechtmatig is, mede omdat de keuze van het tracé in een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang is getoetst. Bovendien is onvoldoende gesteld dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die de onteigening onrechtmatig zouden maken. De klachten over de motivering van de rechtbank worden verworpen, evenals het betoog dat de schadeloosstelling niet toereikend zou zijn voor gemiste toekomstige ontwikkelingskansen.
De Hoge Raad wijst ook de klacht af dat de rechtbank onbegrijpelijk oordeelde over de vermeende bevoordeling van overheidspartijen, aangezien de rechtbank aannemelijk achtte dat de Staat niet deelnemer is in het bestuursforum en dat het aandeelhouderschap in Schiphol en SADC niet leidt tot bevoordeling in het kader van het onteigeningsbesluit. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening wordt bevestigd.