Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdelen 1 en 2bevatten klachten tegen de beschikking van het hof Leeuwarden van 18 oktober 2012 [3] en de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 28 maart 2013 [4] . Deze klachten horen echter niet thuis in het onderhavige cassatiegeding dat uitsluitend betrekking heeft op de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2013.
onderdeel 3worden onder a) t/m f) verschillende klachten geformuleerd tegen de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2013. Zie ik het goed, dan houden de klachten onder a) en d), zakelijk weergegeven, in dat het hof heeft miskend dat de Nederlandse rechter geen internationale bevoegdheid heeft om te oordelen over het verzoek van BJZ tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarigen die sedert 28 september 2012 in Duitsland verblijven. Het middel keert zich hiermee tegen rov. 18 van het bestreden arrest, waarin het hof als volgt overweegt:
De bevoegdheid van de rechter
onder b), c) en e)zijn of onbegrijpelijk of voldoen niet aan de daaraan te stellen eisen.