ECLI:NL:HR:2013:BZ6365

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/04490
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3 Haags KinderontvoeringsverdragUitvoeringswet internationale kinderontvoeringWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
8 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing inzake verzoek tot teruggeleiding minderjarigen op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag

In deze zaak stond een verzoek tot teruggeleiding van minderjarigen centraal, gebaseerd op artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering. De ouders, woonachtig in Duitsland, hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage.

De Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Bureau Jeugdzorg waren verweersters in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het beroep verworpen en bleef de beschikking van het gerechtshof in stand, waarmee de teruggeleiding van de minderjarigen werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

5 april 2013
Eerste Kamer
12/04490
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
2. STICHTING BUREAU JEUGDZORG,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en Bureau Jeugdzorg.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 421543/FA RK 12-4503 van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 juli 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.110.550/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 augustus 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bureau Jeugdzorg heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaten van de ouders hebben bij brief van 26 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.