ECLI:NL:HR:2013:BZ6365
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing inzake verzoek tot teruggeleiding minderjarigen op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak stond een verzoek tot teruggeleiding van minderjarigen centraal, gebaseerd op artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering. De ouders, woonachtig in Duitsland, hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Bureau Jeugdzorg waren verweersters in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef de beschikking van het gerechtshof in stand, waarmee de teruggeleiding van de minderjarigen werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd.