Conclusie
“valsheid in geschrift”strafbaar verklaard, zij het dat het hof met toepassing van art. 9a Sr heeft bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
1. Een proces-verbaal met nummer 35125 van 30 juli 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2].
Afzender [betrokkene 1]@talp.tv
Afzender: [betrokkene 2]@versatel.com
[betrokkene 1]@talp.tvaan de volgende ontvangers:
[betrokkene 2]@versatel.comaan de volgende ontvangers:
eerste middelklaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat het de verdachte is geweest die de persberichten valselijk heeft opgemaakt.
medeplegen maar het plegen van valsheid in geschrift bewezenverklaard. Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder uit de verklaringen van de verdachte zelf (bewijsm. 1 en 2), kan m.i. evenwel genoegzaam worden afgeleid dat tussen de verdachte en de medeverdachte een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan die gericht was op het versturen van de valse persberichten. De verdediging heeft in feitelijke aanleg de deelneming als
medepleger bovendien niet betwist. Het voorgaande ten spijt gaat het m.i. te ver om op grond hiervan aan te nemen dat het hof als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring heeft verzuimd op te nemen dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Daarbij neem ik in aanmerking dat ook de kwalificatie “valsheid in geschrift” niet op het medeplegen maar op het plegen is afgestemd.
tweede middelklaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat
achttienpersberichten valselijk zijn opgemaakt.
“achttien persberichten (…) via het internet valselijk heeft opgemaakt”heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat via de website www.shitzooi.nl per e-mail naar achttien geadresseerden een valselijk opgemaakt persbericht is verstuurd. Een en ander vindt voldoende steun in de gebezigde bewijsmiddelen. Ook de enkelvoudige kwalificatie “valsheid in geschrift” bevat geen aanwijzing voor de suggestie dat het hof bedoeld zou hebben dat er achttien afzonderlijke berichten zouden zijn opgesteld. [2]
derde middelklaagt over ’s hofs oordeel dat het persbericht een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen.
NJ2004/681 [5] als volgt:
soortstuk in de samenleving pleegt te spelen. Het enkele gebruik van een concreet geschrift om wat daarin staat voor waar te laten doorgaan levert zelfs geen bewijsbestemming op wanneer het er speciaal voor is vervaardigd. Was dat anders, dan kon ieder geschrift binnen het bereik van art. 225 Sr Pro worden gebracht en werd het vereiste van een bewijsbestemming zinledig.”
soort, die een bepaalde maatschappelijke rol vervult. [7] In voorkomende gevallen waarin de bewijsbestemming niet zonder meer toekomt aan het in de tenlastelegging genoemde geschrift, dient de rechter dit nader te motiveren. [8] In dit verband kan gewezen worden op HR 13 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3286,
NJ2009/56, waarin werd geoordeeld dat de bewijsbestemming niet kon worden afgeleid uit de enkele vaststellingen dat brieven afkomstig waren van een jurist van een belastingkantoor, valselijk waren voorzien van naam en handtekening van een ander en gericht waren aan overheidsinstanties, advocatenkantoren en bedrijven. Daarbij nam de Hoge Raad in aanmerking dat het hof niets had vastgesteld omtrent de relevantie van de in de brieven vervatte valse gegevens voor de (rechts)positie van de daarbij betrokken personen. [9]
vierde middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed nu het hof in zijn nadere bewijsoverweging een omstandigheid heeft genoemd die niet in de bewijsmiddelen is opgenomen en waarvan de herkomst in de overweging evenmin voldoende nauwkeurig is aangegeven.
vijfde middelklaagt over de motivering van het bewezenverklaarde oogmerk om het geschrift als ware het echt en onvervalst te (doen) gebruiken.