ECLI:NL:HR:2007:AZ6130
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling valsheid in geschrift door vervalsing groslijsten met betalingsopdrachten
De verdachte, werkzaam als senior administratief medewerker bij een museum, werd door het hof veroordeeld wegens valsheid in geschrift. Hij had groslijsten met betalingsopdrachten vervalst door betalingen aan een derde partij niet te vermelden, om zo deze betalingen te verbergen. Deze lijsten werden voor akkoord voorgelegd aan een bevoegde medewerker die de betalingen autoriseerde zonder te zien dat bepaalde betalingen ontbraken op de lijsten.
De Hoge Raad oordeelde dat de groslijsten jegens de autoriserende medewerker bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, zoals bedoeld in art. 225 Sr Pro. Het hof had terecht geoordeeld dat de lijsten functioneerden als bewijs binnen de interne financieel-administratieve organisatie, ondanks dat anderen binnen de organisatie deze bewijsbestemming niet toekenden.
Het cassatieberoep werd deels gegrond verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, wat leidde tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof wat betreft de strafduur en bepaalde de straf op 23 maanden gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen, waardoor de bewezenverklaring en de veroordeling stand hielden.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift met betrekking tot vervalste groslijsten.