Conclusie
middelis terecht voorgesteld.
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die een vals alibi verschafte aan een betrokkene die reeds was aangehouden in een strafrechtelijk onderzoek. Het hof had de verdachte veroordeeld voor begunstiging ex art. 189, eerste lid, onder 1 Sr, omdat het afleggen van een valse verklaring bij de politie werd gezien als hulp bij het ontkomen aan nasporing of aanhouding.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat deze kwalificatie onjuist is. Art. 189 Sr Pro is bedoeld om tegenwerking van politie en justitie bij het opsporen en aanhouden van een verdachte te voorkomen, met name in de kwetsbare aanvangsfase van het onderzoek. In deze zaak was de betrokkene echter al aangehouden en was ontkomen aan nasporing niet meer mogelijk.
De Hoge Raad stelt dat het afleggen van een vals alibi na aanhouding niet strafbaar is als begunstiging onder art. 189 Sr Pro, omdat het misdrijf zich richt op hulp na het delict die de opsporing belemmert. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berechting. De conclusie benadrukt de systematiek van strafbaarstelling en de noodzaak om art. 189 Sr Pro niet extensief te interpreteren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege onjuiste kwalificatie van vals alibi als begunstiging na aanhouding.